Irritaties op de weg
Waarom worden wij toch zo moe van deelname aan het verkeer?
Je kent het wel: je zit in je auto te wachten voor het verkeerslicht. Je bent vierde in de rij en als het licht dan eindelijk op groen springt, spring het na twee auto's alweer op oranje. De auto voor je sneakt er nog snel doorheen en jij staat daar met een druppel aan de neus wederom voor het rode licht..om gek van te worden!
Klaar met je werk en snel naar huis denk je dan. Mispoes! Die vlieger gaat niet op. Eenmaal het parkeerterein van je werk afgereden kun je aansluiten in de slang richting de snelweg. De slang van automobilisten die in hetzelfde schuitje zitten als jij.
Daar begint de eerste irritatie op te borrelen. Zucht, wéér in die píépfile. Je bent de doorgaande weg dus opgereden, de weg waar je werkgever zit gevestigd. De weggebruiker achter je, snorremans met de grote mercedes, knippert uitbundig met z'n lichten, gaat op zijn clacson staan en maakt een er-zit-een-vlieg-voor-je-hoofd gebaar. Zoals elke dag blijkt het moeilijk te zijn om de doorgaande weg op te rijden: het staat zo vast als een huis daar. Je komt er gewoon niet tussen. Affijn, dat stuk heb je alweer gehad.
Op naar de verkeerslichten 500 meter verderop, die je naar de snelweg leiden. Na een kwartier koppelen, schakelen, remmen en gas geven ben je er dan eindelijk beland. De temperatuurmeter heeft onderhand al drie omwentelingen gemaakt en je auto begint raar te pruttelen.
Sta je daar voor het verkeerslicht: je bent vierde in de rij en als het licht dan eindelijk op groen springt, spring het na twee auto's alweer op oranje. De auto voor je sneakt er nog snel doorheen en jij staat daar met een druppel aan de neus, wederom voor het rode licht..zucht.
Oké, je wacht weer een minuut of twee en het wordt weer groen. Je haalt je voet van de koppeling en trapt het gaspendaal op z'n staart. De monopolyman in zijn mercedes zit nog steeds achter je en het liefst wil door je heen rijden: zo erg zit hij te bumperkleven. Je wilt wel sneller, maar je sneeuwwitte Vitara kan het nou eenmaal niet.
Na een vrachtwagen te hebben gepasseerd wissel je van baan en de mercedes komt langs je op. Nee-schuddend blijft hij irritant drie seconde naast je rijden in de hoop op oogcontact. Jij blijft recht voor je uitstaren naar de stationwagon voor je.
Eindelijk ben je op de weg naar de snelweg beland. De stationwagon voor je zit druk met een telefoon aan zijn oor en vergeet de snelheid op te voeren op de oprit. Een slinger van auto's wacht tot de man eindelijk in de gaten krijgt dat hij de verkeersdoorstroom niet erg bevorderd op deze manier.
Eindelijk, de man geeft gas en verdwijnt aan de horizon. Jij geeft richting aan naar links en wisselt van baan om een camper in te halen. eenmaal bezig besluit je het busje ervoor ook maar te passeren, die rijdt namelijk niet veel harder. Bij het busje aangekomen geeft de busbestuurder het stuur een zwiep en je moet flink op de rem om een ongeval te voorkomen. Richting aangeven zou wel teveel moeite zijn..zucht.
Je bent bijna bij de afrit. Medeweggebruikers rijden lekker met de stroom mee. Met een snelheid van zo'n 115 kilometer per uur maak je de laatste kilometers. Tot je grote schrik zie je de twee remlichten van de auto voor je wel heel dicht in de buurt komen. Met het hart in de keel uitgeweken op de vluchtstrook sta je binnen 4 seconden stil. Mevrouw schrok zich dood toen ze een cdtje zocht onder de bijrijdersstoel en weer over het stuur keek, vandaar de remmanoeuvre.
De snelweg af en over de 'binnendoorweg' huiswaarts. Rustig rij je over de plattelandsweggetjes totdat een grote groene tractor je weg blokkeert. Hij sleurt een tien meter lang gevaarte achter zich aan waarmee hij net het land heeft bewerkt. Met zo'n 40 kilometer per uur zet je de achtervolging in. De modderspetters vliegen in het rond en besmeuren je motorkap en vooruit.
Eenmaal thuis aangekomen stuur je de auto op de oprit van je huis en stapt uit. Je loopt naar binnen en ploft op de bank: wat een dag!

