Cornelis Stoffel
Cornelis Stoffel (Deventer, 4 september 1845 - 22 oktober 1908)
Dit artikel behandelt Cornelis Stoffel, schrijver en filoloog.
Stoffel werd in 1845 te Decenter geboren, liep eerst het gymnasium in zijn geboorteplaats grotendeels af, en wijdde zich toen aan het onderwijs; bracht enige tijd in Engeland door en werd op 21-jarige leeftijd benoemd tot docent aan de hogere burgerschool in Dordrecht. In 1869 vertrok hij naar Amsterdam, waar hij aan de juist toen opgerichte handelsschool gedurende twee jaar het Engels en het Zweeds doceerde, Zijn minder gelukkige gezondheid noopte hem in 1887 zich uit het openbare leven terug te trekken, maar verhinderde hem gelukkig niet grote kracht te ontwikkelen als taalvorser en auteur.
Hij schreef meer dan dertig jaar werken en artikelen, die hij in binnen- en buitenlandse vakbladen publiceerde, op algemeen taalkundig gebied, maar vooral op het gebied van de Engelse taal, voortdurend nieuwe gezichtspunten openend, kwesties van taalkundige of lexografische aard op heldere wijze oploste, en dikwijls zo afdoende dat wat hij tot onderwerpvan zijn behandeling maakte geen verdere bespreking behoefde. Hij handelde met veel grondigheid en met een veelzijdigheid van opvatting. Hij werd dan ook door alle vakmannen in ons vaderland als hun meerdere, en door de vele buitenlandse geleerden, die hem uit zijn werken hadden leren kennen als een der eersten op het gebied van het Engels erkend.
Van alle kanten werd voortdurend zijn hulp gezocht en steeds op de meest afdoende wijze verstrekt. Herhaalde malen werd hij door onze regering uitgenodigd zijn krachten beschikbaar te stellen, hetzij als voorzitter of als lid van een examencommissie; allerlei corporaties die hun uitgaven in het Engels vertaald wensten te zien, wenden zich tot hem en grote binnen- en buitenlandse firma's, die lexografische arbeid te verrichten hadden, trachtten zich van zijn medewerking te verzekeren.
In 1879 verscheen van hem "Handleiding bij het onderwijs in het Engels" in 3 delen, een boek waarin hij onder andere op het voetspoor van Beckering Vinckers voor het eerst hier te lande een methode voorstond waarbij de uitspraak van het Engels volgens practische regels werd geleerd en dat verder in alle opzichten zoveel beter was dan alle toen bestaande leerboeken. In hetzelfde jaar richtte hij met twee van zijn Amsterdamse collega's een tijdschrift "Taalstudie" op, waarvan hij gedurende de 5 eerste jaren rdacteur, en de 6 volgende jaren de voornaamste medewerker was, en waarin tal van belangrijke artikelen verschenen. In 1881 werd hij door de regering uitgenodigd als voorzitter te fungeren van de Examen-Commissie die voor het eerst volgens de nieuwe regeling van 1879 de examens L & M.O. Engels zou afnemen. In 1890 gaf hij de eerste stoot aan het onderwijs inde "Realia" , dat is de kennis van land en volk als nevendoel vanhet taalonderwijs en in hetzelfde jaar bewerkte hij voor de bekende uitgeversfirma Tauchnitz "James' English-German, German-English dictionary".
In 1894 verscheen van hem zijn meest kenschetsende arbeid, "Studies in English written and spoken". In 1898 kwam bij Frederik Muller & Co te Amsterdam een schone reproductie van "Abel Tasmans Journaal van zijn ontdekking van Van Diemens Land en Nieuw Zeeland in 1642 met een historische inleiding van professor Heeris - en het was weer Stoffel die deze grotendeels zeventiende en achtiende eeuwse tekst in het Engels vertaalde.Voor het overige werd gedurende de laatste twee jaar zijn tijd grotendeels in beslag genomen door het Duits- Engelse gedeelte van "Murret's dictionary", waaraan hij eerst als medewerker verbonden was, terwijl sinds de dood van professor Immanuel Schmidt, de firma Langenscheidt, die dit reuzenwerk uitgaf, de algehele leiding in zijn handen stelde. De Sebaat bood hem in 1900 de zetel der Moderne filologie, om hem het doctoraat Honoris Causa aan te bieden.
Bron: 1900. Eigen Haard.
Log in met je Foobie account om een reactie te plaatsen!

