Muziek in de Barok


Publicatie datum:

In dit artikel worden de kenmerken van de muziek in de barok besproken

Gesponsorde koppelingen

De 17e eeuw wordt in de muziekgeschiedenis aangeduid als de “Barok- periode”, een term afkomstig uit de geschiedenis van de beeldende kunst. Het Spaanse barrueco ( Fr. baroque ) betekent een onregelmatige parel. Schelpornamenten kwamen in de bouwkunst veelvuldig voor. Een van de kenmerken uit deze stijlperiode is overdadige versiering. En ook in de muziek is er veel sprake van versieringen en omspelingen van de noten.

Gesponsorde koppelingen

De overdadigheid in muziek zie je ook terug in het aantal stemmen in composities. Ook in de opera’s vierde de kunst van het Belcanto hoogtij. Vanaf de 16e eeuw worden in de opera zogenaamde “Aria’s” gezongen. Dit is een instrumentaal begeleid werk voor solozang. Vaak virtuoos van opzet met veel tekstherhaling ( veel noten – weinig tekst ). Recitatieven (spraakzang) treft men in de Barok aan in stukken als opera, oratorium, passie en cantate. Vooral dus vormen waarin een verhaal verteld wordt. Het recitatief wisselt in cantaten, oratoria, opera's de gezongen gedeelten (aria's enz.) af; het kan begeleid ( accompagnato) of onbegeleid ( secco ) zijn. ( veel tekst – weinig noten ) Voorafgaand aan grootse muziekuitvoeringen als Opera, Oratorium Passie en Cantate wordt vaak een instrumentaal voorspel gespeeld. Dit voorspel wordt “Ouverture” of “Sinfonia” genoemd. Uit dit muziekstuk voor orkest ontstaat later de Symfonie.

Een Opera is een theaterwerk waarin instrumentale en vocale muziek een overwegende rol spelen. De opera is over het algemeen serieus van aard. Een Oratorium lijkt erg op een opera (met uitzondering van balletmuziek); het libretto ( het verhaal/de tekst) behandelt echter doorgaans een meer of minder religieus gegeven, is althans ernstig van aard; hoewel vele oratoria zich voor toneelmatige dramatisering lenen, worden zij tegenwoordig steeds in concertvorm uitgevoerd. Er wordt dus in een Oratorium niet toneelgespeeld. De solisten vertolken een rol.

De Cantate is een vocale compositie voor solostemmen en koor, met instrumentale begeleiding, veelal van religieuze aard; koorgedeelten worden hierin door aria's en recitatieven afgewisseld; aldus is de cantate dikwijls een verkleinde vorm van het oratorium. J.S. Bach moest iedere zondag als cantor een cantate schrijven voor de zondagsdienst in de Thomaskirche. De Passiemuziek is een kerkelijk instrumentaal-vocale compositie in cantate of oratoriumvorm gebaseerd op het Bijbelse lijdensverhaal. Het beroemdste werk van die aard is de Mattheus-Passie van Joh. Seb. Bach.

Scarlatti en Pergolesi zijn belangrijke Barok componisten uit Italië. De tegenstelling licht en donker, een nieuwe vorm in de schilderkunst, kunnen we vergelijken met de contrastwerking van het “Concerto grosso”. In deze meerdelige compositie voor “groot” Barokorkest, werden ongelijke groepen tegenover elkaar geplaatst. De solopartijen werden vaak vertolkt door de meer begaafde spelers, het zogenaamde “Concertino”. Moderner was het “Soloconcert”. Dit concert geschreven rond de virtuositeit van een solist, bestond uit drie delen: snel-langzaam-snel. Aan het eind van een soloconcert was vaak een Cadens te horen. Een Cadens is een lange, dikwijls geïmproviseerde virtuoze omspeling van motieven in één of meer delen van het concerto vlak voor de laatste reprise van het hoofdthema waarin de solist gelegenheid krijgt om zonder begeleiding zijn technische beheersing en inventieve fantasie ten toon te spreiden. Vóór Mozart werden deze cadensen niet opgeschreven. Latere componisten schreven soms eigen cadensen bij composities van anderen.

In de 17e eeuw werden ook de Chaconne, Ground en Passacaglia populair. In deze drie vormen ligt het thema in de bas. Deze melodie in de bas wordt steeds herhaald ( Ostinate bas ). Nieuw was ook de “Variaties”, men omspeelde op verschillende manieren het ostinate basthema. Zo onstonden de variaties.In het noorden van Europa werd het orgel zeer populair. De belangrijkste Nederlandse componist: Jan Pieterszoon Sweelinck, heeft vele composities, o.a. variaties, voor dit instrument geschreven.

In Engeland was Henry Purcell de grote vertegenwoordiger van de 17-eeuwse muziek. Zijn opera Dido and Aeneas”, heeft baanbrekend werk verricht. De laatste scène, afscheid en dood, is zeer dramatisch. De tekst van Dido’s lament ( Dido’s klaagzang) wordt op een indrukwekkende manier tot uitdrukking gebracht op basis van een dalende, chromatische, ostinate bas. Nieuw was de opvatting dat je door middel van muziek bij de luisteraar gevoelens kon oproepen. Deze gevoelens werden “Affecten” genoemd. De tekst wordt door de muziek ondersteund, bijv: als God tot de mens spreekt, dan gaat de melodie van hoog naar laag.

In Frankrijk werkte de componist J. B. Lully aan het hof van Lodewijk XIV. Deze “Roy le Soleil” was een groot dansliefhebber. In het huidige Louvre zijn indertijd heel wat pronkconcerten uitgevoerd. De verschillende Barokdansen, als: Gavotte, Allemande, Courante, Sarabande, Gigue, Menuet, Bourrée, werden aaneengeregen tot een reeks die men “Suite” noemde. De meeste dansen uit de Suite werden aan het eind van de zestiende eeuw en in het begin van de zeventiende eeuw nog echt gedanst aan de Europese hoven. Zo schreef J.S. Bach voor het hof van Cöthen vier orkestsuites. De dansen van de suite staan allen in dezelfde toonaard.

Duitsland heeft twee grootmeesters van de Barok voortgebracht. Georg Friedrich Händel en J.S. Bach. De harmoniën werden verrijkt. De melodietypen en ritmen werden zeer beweeglijk en gecompliceerd. Een techniek die veel werd toegepast was de zogenaamde ”Basso-continuo”. De begeleiding van melodieën werd bij dit b.c. door klavecimbel of orgel + cello uitgevoerd. De klavecinist speelde de akkoorden vaak vanuit een zogenaamde “Becijferde bas”. De ligging van de begeleidingsakkoorden werden hierbij door cijfers in de bladmuziek aangegeven.

Ook de “Fuga” deed haar intrede. Dit polyfone stemmenweefsel is gebaseerd op één enkele melodie dat op verschillende manieren terugkomt in de compositie. ( tonica – dominant – gemoduleerd en als stretto ). De opbouw van een fuga moet aan strenge wetten voldoen. Een vast schema van: expositie, doorwerking, reprise, stretto en coda ligt aan de fuga ten grondslag. Een fuga dient te beginnen met een Expositie. In deze expositie wordt het thema ( Dux) gespeeld, vaak op de tonica ( 1e trap), als het thema een kwint hoger ( 5e trap) wordt gespeeld, dan spreekt men van ( Comes). In de doorwerking, het tweede deel van de fuga, wordt het thema gemoduleerd, d.w.z. dat het thema in andere toonsoorten wordt gespeeld. In het derde deel, de “Reprise”, moduleert de componist weer terug naar de begin toonaard. Het vierde deel, “Stretto” genaamd, kenmerkt zich door een snelle opeenvolging van de thema’s. Tot slot is er in het Coda vaak een lange bastoon te horen. Deze lange toon in de bas noemt men: Orgelpunt. Traditioneel wordt de fuga voorafgegaan door een “Praeludium”.

In de Baroktijd zijn zogenaamde “Sequensen” zeer geliefd. Een sequens is een melodiefragment dat op verschillende toonhoogtes herhaald wordt. Barokmuziek herken je aan de zogenaamde “Barokke motoriek”. Deze Barokke ritme ontstaat door een complementair ritme. Voorbeeld: Als de ene stem korte notenwaarden speelt, speelt de tegenmelodie lange notenwaarden en zo wisselen ze elkaar af.


Auteursinformatie


Geschreven artikelen: 53
Leden aangebracht: 3

Meer uit de categorie muziek

Technomusic: The Beginning

De opkomst van een nieuwe muziekstijl begin jaren 80. Beschrijving van de opkomst in Amerika en Duitsland.

De muziekbranche met zijn belangrijkste spelers.

In dit artikel leest u over de verschillende partijen uit de muziekindustrie.

Omgekeerde reverb (reversed reverb) - tutorial voor FL Studio

Een handleiding (tutorial, howto) die uitlegt hoe je een omgekeerde reverb maakt in FL Studio.

Michael Jackson, The King of Pop leeft en komt terug!

Leeft Michael Jackson nog?

Zingen de 3JS Nederland wel naar de finale?

Dit jaar stuurt Nederland de 3JS naar het Eurovisiesongfestival. Tickets kopen kan helaas niet meer.