Het aangeboren taalvermogen

Het taalvermogen blijkt aangeboren te zijn. Het is een instinct en een mentaal orgaan.

Gesponsorde koppelingen

Zoals Charles Darwin ooit zei: "language ability is an instinctive tendency to acquire an art" In die zin is het taalvermogen niet veel anders dan het instinct dat vogels hebben om te leren zingen of om eieren te leggen. Taal is niet cultureel bepaald, maar moet worden gezien als een aangeboren complex systeem dat zich bij kinderen min of meer van zelf ontwikkeld. Taal is dus een mentaal orgaan, een instinct.

Het mentale lexicon (woordenschat) bestaat uit zo'n 60.000 woordenbij volwassen taalgebruikers. Dit is de passieve woordenschat, de actieve vormt een deel hiervan. Een woord is datgene dat de betekenis geeft die ligt opgeslagen in het mentale lexicon. Rond hun eerste verjaardag beginnen kinderen dan hun eerste woordjes te produceren. Een kind gaat bij het verwerven van taal uit van universele principes. De holophrastische hypothese stelt dat eenwoordzinnen eigenlijk verkapte zinnen zijn. Als een kind ‘water' roept, kan dit verschillende betekenissen hebben. ‘Ik wil water' en ‘ik zie water' zijn enkele voorbeelden. Vanaf 18 maanden gaan kinderen woorden naast elkaar zetten en ontstaat de tweewoordzinnen. Deze zin drukt ook een relatie uit. De zinnen moeten nog wel met de context worden begrepen: "mama bal" kan betekenen: "mamma geef me de bal"," mama pak de bal"of bijvoorbeeld "kijk mama daar is de bal". Vanaf 2,5 jaar komt het kind in de differentiatiefase "(all hell breaks loose-stage") Dit is een zeer snelle uitbreiding van de woordenschat. Kinderen gaan van enkele honderden naar enkele duizenden woorden. Ook worden de zinnen langer en grammaticaler. Kinderen beginnen taal creatief te gebruiken, een haan wordt bijvoorbeeld een papakip. Vanaf het tiende jaar is de zogenaamde kritische periode voor het leren van taal voorbij en wordt het leren veel moeilijker.

Dit is consistent met het idee dat een kind zijn of haar taal verwerft door toepassing van universele principes. Principes zijn universeel, het zijn kenmerken die in elke taal voorkomen. Parameters zijn taalspecifieke regels die per taal ingesteld worden. Een voorbeeld is zinsvolgorde. Het is dus genetisch bepaald dat een taal geleerd kan worden.

Is taal datgene wat ons van dieren onderscheidt? De universele grammaticatheorie kan op zich overgenomen worden door dieren. Deze kunnen hetzelfde communicatiesysteem hebben. Het grote verschil is echter recursie. Mensen zijn in staat om oneindige zinnen te maken, zinnen die ze nooit eerder gehoord hebben. Dieren lijken hier niet over te beschikken.

Met dank aan het boek van Pinker - The Language Instinct.

Gesponsorde koppelingen

Auteursinformatie

Naam: Nynke-Boudien
Geschreven artikelen: 4
Leden aangebracht: 0

comments powered by Disqus

Oude Reacties

Hieronder staan de oude Foobie reacties, indien beschikbaar.