De invloed van het Japanse nationalisme in Azië


Publicatie datum:

De opkomst van Japan als imperialistische macht in Azië.

Gesponsorde koppelingen

In Japan ontstond een sterke nationalistische beweging aan het eind van de negentiende eeuw, waardoor het zich tot een economische mogendheid kon ontwikkelen. De opkomst van het Japanse nationalisme was uniek op dat moment in Azië. Deze ontwikkeling had natuurlijk invloed op de andere Aziatische landen. Maar was het Japanse nationalisme een voorbeeld of juist een bedreiging voor andere landen in Azië? Japan zou een voorbeeld kunnen zijn voor andere Aziatische landen, omdat het het eerste niet-westerse land was dat zich kon meten met de westerse machten. Maar het kon ook een bedreiging vormen, omdat het zich als een imperialistische mogendheid in Azië kon gaan gedragen om de macht te behouden.

Gesponsorde koppelingen

De invloed van het Japanse nationalisme in Azië

 

Aan het eind van de negentiende eeuw definieerde men imperialisme nog steeds als westers gezag over niet-westerse landen. Europeanen vonden dat ze superieur waren aan de inheemse bevolking van hun koloniën. Ze haalden producten uit die landen voor de eigen economie en ze legden de bevolking westerse waarden op. De Aziatische landen stonden sterk onder invloed van de Europese landen. Toch lukte het Japan, dat geen kolonie was, maar wel invloeden uit Europa ondergaan had, om zich te ontwikkelen en vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw zelf een belangrijke rol te gaan spelen in de wereldeconomie en wereldpolitiek. Japan breidde zijn invloed over andere landen in Azië uit en kon zo concurreren met de westerse imperialistische machten.

Japan wordt wel eens een ‘late vernieuwer’ genoemd. Het land ontwikkelde zich op een andere manier dan de meeste westerse landen gedaan hadden. Tot de zeventiende eeuw kon het land nog ‘primitief’ genoemd worden in vergelijking met de westerse landen, maar vanaf de zeventiende eeuw begon in Japan een ontwikkeling waardoor het aan het einde van de achttiende eeuw één van de grootste economische machten van de wereld werd. In dit artikel zal de periode vanaf 1850 besproken worden. Voor 1850 was er in Japan sprake van een feodale samenleving in een militaire staat met een dictator aan het hoofd. Nadat Japan vanaf 1853 ging handelen met westerse landen veranderde de situatie en begon het economisch te groeien.

In dezelfde periode kwam in Japan een sterke nationalistische beweging op gang, waardoor het zich tot een economische mogendheid kon ontwikkelen. De opkomst van het Japanse nationalisme was uniek op dat moment in Azië. Deze ontwikkeling had natuurlijk invloed op de andere Aziatische landen. Maar was het Japanse nationalisme een voorbeeld of juist een bedreiging voor andere landen in Azië? Japan zou een voorbeeld kunnen zijn voor andere Aziatische landen, omdat het het eerste niet-westerse land was dat zich kon meten met de westerse machten. Maar het kon ook een bedreiging vormen, omdat het zich als een imperialistische mogendheid in Azië kon gaan gedragen om de macht te behouden.

 

De ontwikkeling van Japan

Tot halverwege de negentiende eeuw waren de Tokugawa Shoguns aan de macht in Japan. Hun macht was gebaseerd op het dictatorschap. De samenleving was nog een feodaal systeem met een regering waarin een kleine elite, de Shoguns, alle macht uitoefende met een leger en waarin de gewone mensen geen inspraak hadden. Deze regering probeerde de westerlingen zoveel mogelijk buiten de deur te houden. In dit opzicht waren de Japanners al ‘nationalistisch’ ingesteld. Maar in 1853 kwam de Amerikaanse gezagvoerder Perry in Japan aan en eiste hij dat Japan ging handelen met Amerika en Europese landen. Zo werd Japan opengesteld voor de handel en al gauw verspreidde de kennis van, in het westen al bekende, technologie zich toen door het land. Dit droeg ook bij aan de ontwikkeling van Japan.[1]

De grootste sprong in de ontwikkeling van Japan kwam in de periode van 1868 tot 1912, het Meiji-tijdperk, de tijd waarin keizer Mutsuhito het land regeerde. Na de gedwongen aftreding van de laatste Shogun in 1867 werd de macht van de keizer volledig hersteld.[2] De dictatuur van de Shoguns was voorbij en er begon een betere tijd voor de midden- en lagere sociale klassen. Keizer Mutsuhito stelde de Charter oath op, een verklaring waarin de bedoelingen van de regering werden uitgelegd met de nadruk op sociale veranderingen en politieke modernisering in het land. Er stond onder meer in dat de burgers meer inspraak kregen in zaken door middel van publieke discussies en dat leden van alle sociale klassen samen moesten werken in het belang van de staat.[3] Hier werd de staat dus boven individuele belangen gesteld.

In 1873 werd de dienstplicht ingevoerd voor alle mannelijke burgers. Hiervóór was het leger een elite-aangelegenheid en mochten gewone burgers zelfs geen wapens bezitten. Door de uitbreiding van het leger kon Japan een actievere rol gaan spelen in Azië. En doordat de gewone burgers een grotere sociale rol kregen, werd ook hierdoor het opkomende nationalisme gestimuleerd.[4]

 

De invloed van Japan in Azië

Japan werd sterker door de grotere opzet van het leger en het duurde niet lang voor het begon zich de situatie van Azië aan te trekken. De imperialistische machten hadden een groot deel van Azië nog in hun greep en ook Rusland begon zich richting Azië te bewegen. Om zelf een plaats tussen deze grootmachten te verwerven, begon Japan zijn macht over de andere Aziatische landen uit te breiden vanaf 1872.

Voor de landen in Azië betekende de macht van Japan in het begin dat er eindelijk een oosters land was dat sterk genoeg was om weerstand te bieden aan de westerse machten. In China gebruikten modernisten Japan als voorbeeld in hun nationalistische ideeën. Niet alleen omdat Japan zich zo sterk ontwikkelde, maar vooral omdat het land het enige voorbeeld was in Azië dat zich kon meten met de westerse machten. Aangezien China dezelfde ervaringen had met de imperialisten als Japan, voelden de Chinezen zich verbonden met Japan. In China ontwikkelde zich een soort Aziatisch nationalistische gedachte, de Aziatische landen tegen de westerse landen. Totdat bleek dat Japan China niet als gelijke zag, maar als een land met economische mogelijkheden, waar het zelf ook van wilde profiteren.[5]

Voor China was Japan een bedreiging geworden aan het eind van de negentiende eeuw. Japan wilde zich een plaats tussen de internationale grootmachten verwerven en probeerde daarom de westerse landen zoveel mogelijk na te doen. Japan werd zelf uiteindelijk ook een imperialistische macht. Het begon in 1885, toen Japan een verdrag met Korea sloot. Tot 1885 was Korea een vazalstaat van China, maar in het verdrag werd Japan gelijk gesteld aan China. Omdat Korea werd gezien als een deel van China, was dit een belangrijke stap voor Japan en in 1910 annexeerden ze Korea volledig. Er werd een streng regime aangesteld in Korea en de inwoners werden behandeld als slaven.[6]

Ook in Mantsjoerije had Japan imperialistische interesses. Dit gebied viel eveneens onder Chinees gezag en in 1894 viel Japan China aan om de Chinezen uit de gebieden te drijven die Japan voor zichzelf wilde hebben. China kon niet op tegen het moderne leger van Japan en werd onder de voet gelopen. Voor de Europese landen was het nu ook duidelijk dat ze rekening moesten houden met Japan.[7] Het verschil tussen de westerse machten en Japan was dat de Japanse cultuur veel meer leek op die van andere Aziatische landen. Voor Japan was dit een voordeel, want de inwoners van die landen voelden zich in cultureel opzicht meer gelijk aan Japan dan aan de westerse landen en dachten dat de Japanners meer begrip op konden brengen voor hun gewoonten en gebruiken.[8]

Japan maakte veel vijanden door zijn agressieve buitenlandse politiek. Het gebruikte zijn militaire overmacht in Azië steeds meer voor de nationale veiligheid. Japan had zich losgemaakt van de westerse dominantie door te moderniseren. Maar door die modernisering was het ook mogelijk om andere landen te overheersen. Dat deed Japan door zich meer als een imperialistische mogendheid op te stellen om zo Azië veilig te stellen tegen westerse overheersing. Door de militaire strategie van Japan werden landen harder onderdrukt en ging Japan steeds verder om de ‘nationale veiligheid’ te behouden. Het Japanse imperialisme mondde in paranoia uit. Het Japanse nationalisme, wat vooraf ging aan het imperialisme, was eerder een bedreiging dan een voorbeeld voor andere Aziatische landen.[9]

Een andere reden dat Japan imperialistischer werd, naast dat ze de nationale veiligheid in Azië wilden waarborgen tegen de westerse machten, is dat Japan juist de kans kreeg om zijn invloed in Azië te versterken doordat de westerse machten hun grip op Azië verloren. Vooral tijdens de Eerste Wereldoorlog was dit het geval en kon Japan ongestoord zijn gang gaan in Azië en zijn wil steeds meer opleggen aan andere landen. In dit geval was de nationale veiligheid alleen een excuus van Japan om voor de eigen economische belangen andere landen te koloniseren.[10]

 

Conclusie

Nadat Japan zich enkele eeuwen zoveel mogelijk van westerse bemoeienissen af had gesloten, begonnen ze toch te handelen. Ze raakten steeds meer geïnteresseerd in westerse politiek en cultuur. Ze zetten de Shoguns af, die vooral een politiek voerden die de hogere sociale klassen bevoordeelde en waarin de gewone mensen niks in te brengen hadden. Toen de keizer weer de volledige macht in handen kreeg, voerde hij hervormingen door die vooral ten gunste waren van de middenklassen van de bevolking en met name de burgerij. Zij kregen meer rechten en daardoor een plaats in de samenleving, waardoor ze een gevoel kregen dat ze deel uitmaakten van de natie. Het nationalisme kwam daardoor op.

Japan zag de invloed van het westerse imperialisme in Azië. Het wilde internationale erkenning en begon zich, door middel van het leger, ook te gedragen als een grootmacht. Het begon steeds meer invloed uit te oefenen op de buurlanden. Het antwoord op de vraag of het Japanse nationalisme nu een voorbeeld of een bedreiging was voor andere landen in Azië is dus niet zo eenvoudig. Aan de ene kant werd er in het begin tegen Japan opgekeken en werd het gezien als een voorbeeld dat een Aziatisch land zich best kon meten met de westerse landen. Maar aan de andere kant keek Japan op zijn buurlanden neer, op dezelfde manier als de westerse landen deden. Het legde regels op aan die landen en gebruikte ze voor het eigen belang. De bevolking was niet veel beter af met een Japanse overheerser dan dat ze was met westerse overheersers. In dit opzicht was het Japanse nationalisme eerder een bedreiging voor de andere Aziatische landen.

 

[1] R.R. Palmer, J. Colton en L. Kramer, A history of the modern world (9e druk; New York 2004) 545.

[2] Palmer, Colton en Kramer, A history of the modern world, 547.

[3] L.D. Hayes, Japan and the security of Asia (Maryland 2001) 13.

[4] Hayes, Japan and the security of Asia, 14.

[5] Ibidem, 19.

[6] Hayes, Japan and the security of Asia, 31-32.

[7] C. Tsuzuki, The pursuit of power in modern Japan, 1825-1995 (Oxford 2000) 123-124.

[9] W.G. Beasley, The nature of Japanese imperialism (Londen 1984) 1.

[10] Ibidem, 15.

[11] Hayes, Japan and the security of Asia, 40. 


Auteursinformatie


Geschreven artikelen: 5
Leden aangebracht: 0

Meer uit de categorie regios-landen

De Zaanse taal

alles over het Zaans

Cultuur Brazilie

Korte samenvatting cultuur Brazilie

De schoonheid van de natuur in het noorden van Toscane

Het noorden van Toscane kent een grote diversiteit aan natuurschoon, van de Toscaanse Rivièra bij Versilia tot wandelen in de bergen van de Appenijnen.

Rustiek Abcoude

over een klein dorp, net onder Amsterdam, wat zeker het bezoeken waard is

De Eerste Wereldoorlog in Kameroen

Hoe in de Eerste Wereldoorlog de strijd verliep in Duitslands Afrikaanse kolonie Kameroen.