Een wandeling door de geschiedenis van Cádiz
Geschiedenis van Cádiz van de Oudheid tot de Nieuwste Tijd
Cádiz is een van de leukste provinciehoofdsteden van Spanje gelegen op een negen kilometer lange en één kilometer brede landtong in de Atlantische Oceaan. Aan het eind van de tong, waar het iets breder wordt, ligt de oude stad die bijna helemaal omringd is door water. Hier hebben talrijke culturen, zoals Feniciers, Carthagen, Romeinen, Vandalen, West-Goten en Muzelmannen hun sporen achtergelaten. Dat is ook de reden dat de bevolking van Cádiz zo divers is en openstaat voor veranderingen en andere culturen.
In deze wandeling door de geschiedenis van Cádiz maken we onder meer kennis met het begin van de christenen in Cádiz, wat de ontdekking van Amerika voor de stad heeft betekend, de aanvallen waarvan ze in de 16e eeuw het slachtoffers was en hoe de stad eruitzag onder de Bourbons. En niet te vergeten het belang van Cádiz aan het begin van de 19e eeuw tijdens de onafhankelijkheidsoorlog en de grondwet van 1812, die door Cádiz werd uitgevaardigd. En wat er in de stad gebeurde onder het bewind van Fernando VII, tijdens de Eerste en Tweede Spaanse Republiek en het Franco regime.
De Oudheid
Cádiz werd de 11e eeuw vC gesticht door de Feniciers die uit Tyrus kwamen (het huidige Libanon) en wordt beschouwd als de oudste stad van het Iberisch Schiereiland. De Feniciers kozen die plek vanwege de ligging, de talrijke bronnen voor levensonderhoud, de vruchtbaarheid van de velden en de metaalhoudende mijnen. Hierdoor konden de Feniciers handel drijven met Afrika en met de rest van het Schiereiland. Bovendien was het door zijn ligging makkelijk te verdedigen en werd het door muren omringd. Hoewel er nooit resten van die muren zijn gevonden, moeten ze hebben bestaan door de naam die de Feniciers eraan gaven, Gadir, de ommuurde stad.
Over de periode van de 6e tot de 3e eeuw vC is weinig bekend. Dit werd het Carthaagse tijdperk genoemd. In die drie eeuwen beleefde Cádiz economisch gezien een hoogtepunt door de export van gepekelde vis en door de handel met Carthago.
De in het jaar 218 vC begonnen verovering van de Romeinen van het Iberisch Schiereiland eindigde in 206 vC met de overgave van Cádiz waarbij de Carthagenen definitief werden verdreven. Het Schiereiland werd in adminstratieve provincies verdeeld, maar Cádiz bleef onder de provincie Andalusie vallen. De Romeinen noemden Cádiz Gades. Door de goede relatie in de 1e eeuw vC met Julius Caesar werd de stad steeds belangrijker.
De Middeleeuwen
Met de invasie van de Barbaren, Sueven, Vandalen en Alanen raakte Hispanie vanaf de 5e eeuw verdeeld. In 409 werd het Andalusische deel door de Vandalen veroverd die daar tot 429 bleven. Over de periode van overheersing van de Visigoden en de Muzelmannen over Cádiz zijn weinig documenten die daar iets over vertellen. De Romneise naam Gades veranderde in Qadis (een Arabische naam) en aangenomen wordt dat de belangrijkste activiteit nog steeds de handel was.
Onder het bewind van Alfonso X werd Cádiz pas helemaal onderdeel van het koninkrijk Castilie. Vanaf dat moment zijn er meer documenten waarin Cádiz wordt genoemd. Tijdens de heerschappij van de christenen werd er begonnen met de ommuring van Cádiz. Aan de talrijke poorten is dat nog steeds te zien. Doordat Cádiz als zeehaven steeds belangrijker werd, werd de stad aanhoudend overvallen door piraten en Muzelmannen uit Noord-Afrika.
De Moderne Tijd
Na de ontdekking van Amerika begon voor Cádiz een nieuwe bloeiperiode. Vanuit Cádiz vertrokken talrijke expedities zoals de tweede reis van Columbus in 1496 en vier in 1502. Maar in de 16e eeuw vonden er ook verschillende aanvallen op Cádiz plaats, door onder meer de Berbers, Algerijnen, Turken en Engelsen. Carlos I verleende Cádiz tijdens zijn regeerperiode (1516-1556) de titel Muy Leal (Zeer trouw) omdat Cádiz de vorst had geholpen tijdens de burgeroorlog, waarmee zijn koningschap begon. Onder het bewind van Felipe II (1556-1598) werd de haven van Cádiz door de handel met Zuid-Amerika en Noord-Afrika de belangrijkste van het koninkrijk.
De successieoorlog was een conflict over de troonopvolging in Spanje na de dood van Carlos II. Deze begon in 1701 en eindigde in 1713 met een overwinning voor Felipe V van het huis Bourbon. De pogingen die tijdens de successieoorlog werden ondernomen om Cádiz in te nemen hadden een negatieve invloed op de economie van de stad omdat er geen schepen in de haven konden aanleggen noch uitvaren.
Onder het bewind van de Bourbons begint in Cádiz een periode van vrede en economische bloei. Door deze welvaart vestigden zich er veel groepen buitenlanders zoals Genuezen, Cantabriers, Engelsen en Catalanen. In 1759 kwam Carlos III op de troon en werden in Cádiz de eerste tekenen van verval merkbaar door de uitbreiding van het aantal havens dat handel kon drijven met Zuid-Amerika. Toen in 1790 iedere haven dit kon werd Cádiz hierdoor zwaar getroffen evenals door de Spaans-Engelse oorlogen waarbij Cádiz werd geblokkeerd. Blokkaden met hevige aanvallen op de stad vonden plaats in 1797, 1800, 1804 en 1805.
De Nieuwste Tijd
Tijdens de eerste Onafhankelijkheidsoorlog (1810-1812) was Cádiz, samen met San Fernando, het enige bolwerk dat niet door de Fransen was bezet. In 1812 werd in Cádiz de eerste Spaanse Grondwet uitgevaardigd, die een liberaal karakter had. Maar door het op de troon komen van de absolutistische vorst Fernando VII werd de Grondwet twee jaar later al weer afgeschaft. Hierna begon Cádiz snel in verval te raken doordat het geen middelen bezat om de stad te moderniseren zoals vele andere Spaanse steden.
De Eerste Spaanse Republiek ontstond toen het Spaanse parlement op 11 februari 1873 de republiek uitriep na de troonsafstand van koning Amadeo I de Saboya. Nog geen twee jaar later werd het koninkrijk hersteld toen de regering uit elkaar viel en Alfonso XII tot koning werd uitgeroepen. In die periode gebeurde er niet veel in Cádiz.
Toen Alfonso XIII in 1931 troonsafstand deed, werd de Tweede Spaanse Republiek uitgeroepen die tot 1939 duurde. In 1932 gebeurde er in Cádiz iets dat nationale weerklank vond: de putsch van generaal Sanjurgo.
Op 17 juli 1936 breekt de Burgeroorlog uit. In Cádiz zijn het generaal José Pinto Berizo en luitenant-kolonel Enrique Varela Iglesias die de opstand onttekenen. Een dag later zijn de nationalisten al in Cádiz om de stad te belegeren. Niet lang daarna, op 27 juni, komt de Franco-aanhanger León de Carranza naar de stad en wordt tot gouverneur en burgemeester benoemd.
In de eerste jaren na de Burgeroorlog maakte Cádiz en de rest van Spanje onder het Franquistische regime de armste periode uit zijn geschiedenis door. Dit werd nog benadrukt door de politieke autarchie van het Franco regime en de internationale blokkade.
Log in met je Foobie account om een reactie te plaatsen!

