Parijs is een mooie stad maar net iets te ver weg.


Publicatie datum:

We gingen voor een goedkoop Pinksterweekend naar Parijs. Parijs zouden we nooit halen maar wat er wel gebeurde veranderde ons leven.

Gesponsorde koppelingen

Ik was halverwege het schooljaar 1984-1985 ingestroomd op de RMTuS. Vanaf de eerste week dat ik op de RMTUS zat kwam ik haar regelmatig tegen als we van de ene dependance naar de andere liepen. Zij was een heel fragiel meisje met een dromerige blik. Altijd als ik haar tegenkwam keek zij mij vriendelijk aan met haar donkere ogen en groette me met een spontane glimlach. Ik groette haar natuurlijk altijd vriendelijk terug, want zo ben ik.

parijs is een mooie stad

Gesponsorde koppelingen

De kennismaking:
Ik kwam van de MTS waar ik anderhalf jaar de werktuigbouw richting had gedaan. De techniek lag me wel maar de mentaliteit van de jongens op de MTS was ik na anderhalf jaar zat. Toen de leraren ook nog een week in staking gingen besloot ik over te stappen naar de RMTuS (Rijks Middelbare Tuinbouw School). Op de RMTuS bleek al gauw dat ik van het vak techniek alles al wist en omdat de techniekleraar al een aantal malen had gezegd dat hij het prima vond als ik af en toe een techniekles oversloeg ging ik op een dag het derde niet naar techniek maar naar de aula. De aula was verlaten, op één tafel na. Ik haalde een blikje cola uit de automaat en ging aan de tafel zitten bij het meisje dat ik regelmatig tegenkwam als we van de ene dependance naar de andere liepen. Ik stelde mij voor en zei stelde zich voor als Silvy.

Wij gaan naar Parijs:
We raakten gezellig aan de praat en ik vond haar een aantrekkelijk, ongecompliceerd, open, naïef, lief meisje. In haar ogen zat iets dromerigs, iets lodderigs en zo praatte ze ook. Ze babbelde honderduit met haar ietwat zangerige stem. Er was iets vanzelfsprekends tussen ons en na 10 minuten spraken we af dat we twee weken later in het Pinksterweekend samen naar Parijs zouden liften. Ook ik vond dat vanzelfsprekend maar ik sprak een paar dagen later een gemeenschappelijke kennis, die al anderhalf jaar bij Silvy in de klas zat, die al maanden probeerde een keertje met Silvy uit te gaan, wat ze, tot zijn spijt, al die tijd had afgewezen.

De reis:
Het is nu 30 jaar geleden maar ik weet het nog als de dag van gister. Vandaag schrijf ik het pas op omdat ik bang ben dat ik het anders ooit ga vergeten. Onbevangen als we waren spraken we zonder enige verdere voorbereiding dat we de laatste lesdag voor Pinkster direct uit school zouden vertrekken. Dus stonden we vrijdagmiddag om 3 uur ’s middags met zijn tweeën met een bordje “Parijs” langs de provinciale weg bij Hoorn. Er reden honderden auto’s voorbij maar niemand stopte. Na een half uur besloten we om maar een bordje met “Amsterdam” te maken. Ditmaal hadden we meer succes, na een kwartiertje stopte er een Dafje en we stapten in. De bestuurster was een kettingrokende kapster die plankgas over de snelweg naar Amsterdam racete. We waren in no time in Amsterdam en we stapten uit bij een afrit bij Amsterdam West.

parijs is een mooie stad

Out of Amsterdam:
We waren nu wel in Amsterdam maar hoe nu verder, hier verder liften lukte niet. Ik had van mijn oudere broer gehoord dat de meeste lifters die naar het zuiden moeten in Amsterdam Zuid bij de Utrechtse brug gaan staan. Dus kochten we een stadsplan en gingen met de tram naar de Utrechtse brug. Daar aangekomen zagen we inderdaad nog een vijftigtal jongeren met de duim omhoog staan. Ook hier reden er duizenden auto’s voorbij die niet stopte en pas na dik een uur stopte er een oude Lada met een slonzige bestuurder. Hij was niet zo spraakzaam en moest na een kilometer of vijftig van de snelweg af en dus stapte we uit op een lastige plek.

Vriendelijke chauffeurs:
 We gingen even verderop bij de volgende oprit staan en kregen gelukkig al snel een lift van een aardige oudere bouwvakker in een grote Ford station. Het was een aardige vent en als hij een Belg of een Fransman zag ging hij er naast rijden en toeterde hij even zodat wij ze ons bordje met “Parijs” voor het raam konden laten lezen. Dit werkte want na een kwartiertje wisselden we op een parkeerplaats van auto. We bedankten de vriendelijke bouwvakker en stapten in bij een sportieve Belg in een lichtblauwe Renault 4 met een surfplank erop. Gezellig pratend reden we rond 7 uur ’s avonds België in. Parijs bleek om liftend te bereiken toch een beetje te ver weg voor één weekendje, we moesten tenslotte ook weer liftend terug. De vriendelijke Belg woonde in Gent en we besloten om in Gent te overnachten en van daaruit naar Brugge te gaan, wat volgens de vriendelijke Belg ook een heel mooi, gezellig stadje was. Hij zette ons af vlak bij de jeugdherberg wenste ons veel plezier en reed weer weg. We hadden niet veel geld bij ons en dus zouden we in de Jeugdherberg overnachten. Toen we echter bij de jeugdherberg kwamen bleek die wegens verbouwing gesloten. Dat was balen.

Slapen met de stadskonijnen:
We gingen dus op zoek naar een andere slaapplaats. We kwamen bij een mooi park en besloten daar te overnachten. We aten onze meegebrachte broodjes op en wandelden door Gent tot het begon te schemeren. We gingen naar het park en rolden onze matjes uit in de bosjes. We lagen echter net goed en wel in onze slaapzakken toen er een zwerver nieuwsgierig zijn neus in de struiken stak en weer weg liep. Dat vonden we niet zo’n prettig gevoel, je kon er donder op zeggen dat hij, zodra we sliepen, terug zou komen. Dus pakten we alles weer in en gingen op zoek naar een ander slaapplaats. Na een paar kilometer lopen liepen we langs een groot kantoor gebouw met een hele grote tuin eromheen. We liepen door de tuin naar de achterzijde van het gebouw en vonden daar een mooi slaapplekje. Toen we daar net lagen begon het te miezeren. Gelukkig was ik zo wijs geweest om een stuk plastic mee te nemen waar we met onze twee slaapzakken samen onder konden liggen zodat we droog bleven. Het was heel bijzonder zo midden in de stad in een grote tuin onder de sterrenhemel te liggen. Na een tijdje durfden de stadskonijnen uit hun holen te komen en hupten her en der om ons heen.

Dauwtrappen in brugge:
We werden de volgende morgen al om vijf uur gewekt door het geraas van het verkeer. We bleven nog even liggen maar stonden ’s morgens om 6 uur alweer met de duim omhoog richting Brugge. Al gauw stopte er een vrachtwagen met oplegger. We hadden geluk, de chauffeur nam normaal geen lifters mee maar omdat we een stelletje waren durfde hij het wel aan. We reden, voor mijn gevoel met een sukkelgangentje, al schuddend richting Brugge. Met zijn voeten op het stuur draaide de chauffeur een shaggie en hij praatte honderduit. Al met al arriveerden we zaterdag ochtend om 7 uur s’ochtends al in bij een nog slapend Brugge. We besloten eerst maar eens een mooie wandeling te maken en liepen dus met zijn tweeën te dauwtrappen op de stadwallen van Brugge.

parijs is een mooie stad

Een warm welkom:
Na ons dauwtrap rondje liepen we om een uur of 8 de binnenstad van Brugge in. Het was nog bijzonder stil in het stadje en er kwam een man aangewandeld. ‘Goedemorgen’ zei de man vriendelijk. We maakten een praatje en na een tijdje vroeg hij of we met hem mee wilden gaan om een kopje koffie te drinken. Ik voelde echter intuïtief dat er wat achter zat. En na een beetje aandringen om het waarom vertelde de man dat hij ons uit wilde nodigen omdat we dan een dienst van de Pinkstergemeente konden meemaken. We bedankten de man vriendelijk maar maakten geen gebruik van zijn aanbod.

parijs is een mooie stad

Dance trance:
We maakten er een mooi dag van in Brugge en zochten ’s middags de jeugdherberg op. Daar konden we gelukkig wel overnachten, alleen niet gemengd maar Silvy in een meisjeskamer en ik in een herenkamer. Maar ja, beter dan buiten. ‘S avonds gezellig uit eten en daarna naar de disco. We dronken wat en gingen de dansvloer op. Nou ben ik van nature nogal bewegelijk dus ik sloofde me lekker uit. Toen het nummer “High Energy” van Evelyn Thomas begon kwam er een Belgisch meisje op me af die vroeg of ik met haar wilde dansen. Natuurlijk wilde ik dat. We dansten en dansten steeds heftiger tot we met zijn tweeën midden in een grote kring klappende jongeren dansten. De dans werd een trance en we zweefden om elkaar heen. Ik weet niet hoelang dit duurde maar op een gegeven moment landde ik weer op aarde en bedankte het Belgische meisje mij voor de heerlijke dans.

En retour:
Ik werd de volgende dag weer vroeg wakker in de herenzaal van de jeugdherberg. Ik had eerlijk gezegd geen idee waar Silvy sliep dus ik besloot maar in de ontbijtzaal op haar te wachten. Het leek eindeloos lang te duren maar uiteindelijk kwam ook zij de ontbijtzaal in gelopen. Na het ontbijt besloten we weer naar huis te liften. Dat ging voorspoedig, we kregen al snel een lift van een klein vrachtwagentje dat ons tot de veerboot van Breskens bracht. We staken de Westerschelde over en aan de overkant gekomen staken we vrolijk onze duim weer op. We werden al weer snel opgepikt door een jong stel in een oude Datsun die bezaaid lag met de lege dopjes van pistache nootjes. We reden over een lange brug en het meisje van het stel zat lekker onderuit met haar blote voeten op het  dashboard pistache nootjes te pellen en gooide de lege dopjes gewoon op de grond. Opeens stopten ze bij een benzinepomp en zeiden dat we vandaar makkelijk verder konden liften naar het Noorden.

Oh Sonny wat een feest:
We stonden al een tijdje bij de afrit van het pompstation toen er even verderop op de vluchtstrook een auto stopte en naar ons toeterde. We liepen er heen en er zat een aardige Indiër achter het stuur die vroeg of we mee wilden rijden. We vroegen waar hij heen ging. “Naar Den Haag” zei hij. Ik stapte voor de zekerheid eerst in en Silvy stapte achterin. De man was erg vrolijk en hij reed zwierig de weg op. Hij praatte er vrolijk op los en vertelde dat hij net van een feestje kwam. Langzaam maar zeker kwamen we erachter dat hij behoorlijk beschonken was. Hij wou ons wel naar Hoorn brengen maar wij zeiden dat hij voor ons geen moeite hoefde te doen en dat Den Haag prima was. We reden Den Haag binnen en werden opgeschrokken door een luid bellende tram die de man even niet gezien had en die ons op een haar na miste. Gelukkig stopte hij een paar straten verder. We stapten uit en we moesten nog wat van hem drinken. We gingen met hem mee een louche café in waar het letterlijk zwart zag van de mensen. Er waren een tiental donkere mannen met leren jassen en sommige met een zonnebril. Onze chauffeur werd hartelijk begroet door ene Sonny, een stoere neger met een donkere bril. Onze chauffeur stelde ons voor aan Sonny en Silvy tilde de zonnebril van de verbouwereerde Sonny omhoog en ze zei “dus jij bent Sonny, ik heet Silvy, aangenaam”. Door de ontwapenende onbevangenheid van Silvy was de sfeer meteen goed. Onze chauffeur vroeg wat we wilden drinken en wij bestelden allebei een cola. Doe mij ook maar een cola, zei onze chauffeur, ik heb dorst, en het gewone, zei hij. Wij kregen onze cola en onze chauffeur kreeg een cola en een dubbele Whisky. Na een gezellig uurtje namen we afscheid en zochten we een plek om weer verder te liften.

Een onverwachte lift:
We stonden weer een heel tijd tevergeefs met onze duim omhoog en Silvy was op een bankje vlak achter me gaan zitten. Even later kwam er een oude man in een lange regenjas met blote voeten in zijn gympen naast Silvy zitten en begon een gesprek met haar. Het liep al tegen zessen en ik besloot maar te stoppen met liften, we zouden wel in Den Haag overnachten. Ik ging ook op het bankje zitten. De oude man had hele verhalen, hij was overal geweest op de wereld en had heel veel geleerd van al zijn reizen. En, zo zei hij, uiteindelijk had hij geleerd dat er maar één ding belangrijk is en dat is het geloof. Ja, ja, zei ik sceptisch, dat zal wel. De man zei dat hij vroeger net zo was maar dat hij wat voor ons had. Uit zijn zak haalde hij twee boekjes, “Joodse wijsheden” en “Hindoestaanse Wijsheden” stond er op. Lees die maar eens zei hij. Toen vroeg hij wat we eigenlijk aan het doen waren. Ik zei dat we liftend naar Hoorn wilden komen maar dat dat niet erg lukte. Had dat meteen gezegd, zei de oude man, dat kan ik voor jullie regelen. Hij haalde een bundeltje bankbiljetten uit zijn binnenzak en gaf mij een briefje van honderd. Ik heb geld zat, zei hij, ik heb niets nodig, ik heb een uitkering, ik woon op een klein kamertje en ik eet elke dag bij de V&D dus ik heb heel veel geld. Dat is veel te gek, zei ik. Ik koop gewoon twee kaartjes en de rest krijgt u terug. We liepen samen naar het station en ik kocht twee kaartjes. De man bleef maar praten en wilde het wisselgeld onder geen beding aan nemen. Ondertussen hoorde ik boven de trein al wegrijden dus we bedankten de man vriendelijk en renden de trap op en zagen nog net de trein naar Amsterdam wegrijden. Shit, de trein naar Utrecht stond op het punt te vertrekken dus sprongen we daar in. We hadden mazzel want in Utrecht konden we overstappen in de trein naar Amsterdam die doorging naar Hoorn. Daar eindigde onze bijzondere reis. Ik ging liftend naar mijn huis maar Silvy besloot, door de gevaarlijke ervaring met de dronken chauffeur, haar vader maar te bellen om haar op te halen.

(ik heb de naam Silvy gefingeerd uit privacy redenen van mijn reisgenoot)


Foobie gebruiker Dik Laan

Auteursinformatie


Geschreven artikelen: 1037
Leden aangebracht: 0

Meer uit de categorie reizen

Jong en oud gratis met vliegtuig naar het buitenland

Ja, je leest het goed het is echt mogelijk, jong en oud kunnen gratis met zelfgebouwd vliegtuig naar het buitenland.

Roadtrip voor noppes!

Lees hoe je een roadtrip maakt zonder geld mee te nemen!

Gratis OV chipkaart, gratis met de trein, metro en de bus

Met een gratis OV chipkaart kun je onbeperkt reizen met de trein, met de metro en met de bus.

Het werelderfgoed van Italië

Wie het heeft over de luisterrijke geschiedenis van Europa, van de eerste sporen van een verbond tussen de verspreide volken en stammen, oorlogen, wetenschap en cultuur tot in deze moderne tijd.

Tips en bezienswaardigheden in Rio de Janeiro

Bezienswaardigheden en acitiviteiten in Rio de Janeiro die je absoluut niet mag missen!