Veranderende sociaal-economische omstandigheden in het Romeinse Rijk - 2e/3e voor Christus


Publicatie datum:

Rome, Romeinse Rijk, Gaius, Gracchus, Albegna Vallei

Gesponsorde koppelingen

Essay uit werkgroep "Fundamenten Westerse Geschiedenis", RUG. 1e-jaars opdrachten.

Gesponsorde koppelingen

In het Romeinse rijk in de periode tussen de derde en de tweede eeuw BCE, vonden grote veranderingen plaats ten opzichte van de voorgaande periode. Er werd veel gebied veroverd op vreemde volkeren, de bevolking nam toe, alsook de welvaart. Toch leidde deze veranderingen niet voor iedere inwoner van het Romeinse rijk tot een verbetering in levensstandaard. Meer dan eens leidde het grote succes van het rijk op militair, economisch en bestuurskundig vlak tot grote demografische problemen. De vraag is dan ook: hoe veranderden de economische en sociale verhoudingen in Italië in de periode van de derde en tweede eeuw, wat was het gevolg en hoe kunnen we dat weten?


Om deze vraag te kunnen beantwoorden is het belangrijk allereerst te kijken naar het prille begin van deze periode op militair vlak. Het Romeinse rijk was vanaf de 8e eeuw BCE in opkomst en had dankzij een combinatie van een georganiseerde overheid, militaire successen en een gedegen diplomatieke strategie tegen het begin van de derde eeuw een groot gebied rond Rome in haar macht. Vanaf de 3e eeuw richtte ze haar pijlen verder naar buiten. Door een conflict over Sicilië met voormalig bondgenoot Carthago startte de eerst Punische oorlog (264-241 BCE). Deze oorlog was voor beide kampen zwaar en slepend, maar Rome kwam als winnaar uit de strijd en veroverde het graanrijke eiland Sicilië. Het werd ingelijfd als provincie van het Romeinse rijk, onder direct gezag van een Romeinse praetor.
In 202 BCE werd Carthago verslagen in de tweede Punische oorlog, en in de nasleep hiervan kwamen door oorlogen de Povlake in het noorden (197-190), Spanje (in twee oorlogen tussen 197-178 en 154-133) en mediterraans Frankrijk (125-121) in het westen, en Macedonië (200-146) en Lydië (133) in het oosten onder Romeins bestuur te staan. Het gebied onder Romeins gezag groeide enorm.

Deze langdurige gebiedsuitbreiding zorgde voor een grote stroom aan geld, goederen en slaven –maar ook cultuur- naar Italië. In veroverde gebieden werden koloniën gesticht. Deze hadden als doel te dienen als militaire voorposten. De landerijen eromheen werden vergeven aan zij die het betalen konden, en een bepaald percentage van de opbrengst af willen staan aan het Romeinse rijk. Deze goederen werden vervolgens naar Italië vervoerd met als doel de Italische bevolking te doen groeien.
Maar door de grote toestroom van (krijgsgevangen) slaven, de beschikbaarheid van (veroverd) land en het afschaffen van de vermogensbelasting, was het voor de elite (en rijke plebejers) zeer rendabel villae te bezitten; iets waarvoor minder vermogende, veelal kleine boeren, de economische middelen om mee te komen ontbeerden. Hierdoor nam de economische macht van de elite toe, terwijl kleine boeren zichzelf genoodzaakt zagen nieuwe middelen van bestaan te zoeken, waardoor het stads- en plattelandsproletariaat toenam De tweede eeuw BCE wordt dan ook gekenmerkt door het leeglopen van het platteland, en een steeds groter worden kloof tussen arm en rijk; zij die bezitten en zij die bezitloos zijn.
Deze discrepantie tussen arm en rijk leidt uiteraard tot grote sociale spanningen. Er wordt gemorreld door de lagere klassen in het rijk en in deze periode zien we de aantrekkingskracht van demagogische bestuursleden toenemen. Omdat de elite haar cohesie verloor door de onderlinge strijd om macht en rijkdom, kregen lieden als de gebroeders Gracchus de mogelijkheid de lagere klassen achter zich te scharen en een grote macht te vergaren. De spanningen leidden uiteindelijk tot het een kleinschalige burgeroorlog en het breken van de macht van de Senaat.

Bewijzen van een grote demografische probleem veroorzaakt door een té grote bevolking vinden we in de geschriften van een aantal historici, zoals Appianus en Plutarchus, alsook in bureaucratische documenten -volkstellingen. Omdat de manier van bevolkingstelling echter nog wel eens kon variëren, worden deze bronnen als niet volwaardig beschouwd. Gelukkig laten mensen bij het leven sporen na van hun handelingen in de grond.
Archeologische vondsten, zoals potscherven en gebruiksvoorwerpen, laten ons door middel van wetenschappelijk datering een schatting maken van de menselijke activiteit van een bepaald gebied in een bepaalde periode. De grafiek van Lisa Fentress (fig.1) die in het werkboek staat, laat zien dat er in de periode vlak voor het begin van de jaartelling een groeispurt van de hoeveelheid bewoners van de Albegna vallei optreedt.

Fig 1.

Enkel op basis van deze bron kunnen geen conclusies worden getrokken over de gehele bevolking van Italië –het zou onwetenschappelijk zijn-, maar doordat dit archeologische bewijs het verhaal van de geschriften die achtergebleven onderbouwt, kunnen we veronderstellen dat in deze periode de bevolking van Italië inderdaad toeneemt. Wat een logisch bewijs is voor de veranderende sociaal-economische verhoudingen.


Auteursinformatie


Geschreven artikelen: 7
Leden aangebracht: 0

Meer uit de categorie verslagen-scripties

Chinese Muur spreekbeurt

Alles over de oorsprong de ontwikkeling van de Chinese Muur (ook wel de grote muur genoemd).

Polymerase Chain Reaction (PCR)

Wat is een Polymerase Chain Reaction (PCR)?

Samenvatting Francis, J.R. en Simont, D.T., (1987) A Test of Audit Pricing in A Small-Client Segement of the U.S. Marktet. The Accounting Review, LXII(1), p. 145-157.

Samenvatting van een artikel van Francis e.a. uit 1987 over het verband tussen de grootte van een accountantskantoor en de hoogte van de accountantskosten / audit kosten voor ondernemingen in het small client segment..

Diagnostiek van cognitieve functies

cognitieve functies kort omschreven met de daarbij behorende tests

De veiligheidsraad - volkenrecht

Een beschrijving over de veiligheidsraad.