Verstand van Vechten


Publicatie datum:

Het artikel onderzoekt het belang van de ontwikkeling van de intelligentietest voor amerikaanse rekruten voor de Eerste Wereldoorlog op de psychologie als wetenschap

Gesponsorde koppelingen

‘When I call “attention,” stop instantly whatever you are doing and hold your pencil up-so. Don’t put your pencil down to the paper until I say “Go”… Listen carefully to what I say. Do just what you are told tot do. As soon as you are through, pencils up. Remember wait for the word “Go.”’[1]

Deze woorden werden in 1917 en 1918 op verschillende legerbasissen in de Verenigde Staten uitgesproken. Zo’n honderd jonge mannen kijken gespannen naar de instructeur, iedereen zit op de grond met een map met vragen in de ene en een pen in de andere hand. Een doodse stilte… en dan het verlossende “Go” waarna de stilte wordt doorbroken door het geluid van honderd pennen die krassen op papier. Het gaat hier om een instructie voor het invullen van een Army-Alpha test om de intelligentie van Amerikaanse rekruten voor de Eerste Wereldoorlog te meten, het onderwerp van dit werkstuk.

Mijn hoofdvraag luidt:

“Hoe heeft de invoering van de intelligentietest bij de rekrutering van Amerikaanse soldaten voor de Eerste Wereldoorlog de ontwikkeling van de intelligentietest beïnvloed?”

Om deze hoofdvraag te beantwoorden zal ik eerst een globaal overzicht geven van de geschiedenis van de intelligentietest tot 1917. Dit is belangrijk om te kunnen begrijpen op welke wetenschappelijke ontwikkelingen de tests van 1917 gebaseerd zijn. In het tweede hoofdstuk zal ik ingaan op de ontwikkeling en afname van de verschillende intelligentietesten. En in het derde hoofdstuk zal ik de resultaten van de test behandelen en de invloed van deze testen na het eindigen van de Grote Oorlog.

Voor mijn onderzoek heb ik ten eerste gebruik gemaakt van twee schoolboeken van psychologie: Pioneers of Psychology van Raymond E. Francher en Met zachte hand van Jeroen Jansz en Peter van Drunen. Deze twee boeken geven een globaal overzicht van de geschiedenis van de psychologie en zijn handig als handvatten in het begin van mijn onderzoek. Om meer inzicht te krijgen van de geschiedenis van intelligentietesten heb ik Individual Mental Testing gebruikt van Allen J. Edwards en Psychologie in Social Context van Allan R. Buss. Om een beeld te krijgen van de rol van Amerika in de Eerste Wereldoorlog heb ik een boek van Ronald Schaffer gebruikt, America in the Great War. De wetenschappelijke artikelen die ik heb gebruikt voor dit verslag gaven mij steeds een beter beeld van het onderwerp. Het artikel van John Carson geeft veel informatie over de uitvoering van de testen, het artikel van John Rury geeft een beeld van de raciale discriminatie die de testen beïnvloed hebben en de artikelen van Spring en Kevles gaven mij een duidelijk beeld van de invloed die de testuitslagen hebben gehad.

Hopelijk kan ik met het schrijven van dit artikel een inzicht geven in de opkomst van psychologie als wetenschap die zich tegenwoordig met steeds meer facetten van de maatschappij verbonden raakt. Het doel van dit onderzoek is een schets te geven van een jonge wetenschap in ontwikkeling die tijdens de Eerste Wereldoorlog een poging doet zijn maatschappelijk belang aan te tonen. Het is de eerste keer dat een theoretisch construct, de intelligentietest, op een grote schaal werd ingezet en deze gebeurtenis heeft grote invloed gehad op het belang van de psychologie en de inzetbaarheid van psychologie voor commerciële en praktische doeleinden.

[1] Robert Yerkes,Army mental tests(1917) 32

Gesponsorde koppelingen

Meten van het Brein

 Een korte geschiedenis van de intelligentietest tot 1917

De psychologie is een relatief jonge wetenschap die nog steeds vol in ontwikkeling is. Om te kunnen begrijpen hoe de Army-Alpha en Army-Beta testen zijn ontwikkelt en welk impact zij hebben gehad is het belangrijk een beeld te hebben van de daaraan voorafgaande ontwikkeling van psychologie als wetenschap. Het volgende hoofdstuk zal zich beperken tot de ontwikkeling van de psychodiagnostiek en met name de ontwikkeling van de intelligentietest. Deze ontwikkeling vallen allemaal in de afgelopen twee eeuwen die samen die nieuwste of moderne tijd vormen.

Psychodiagnostiek is de leer van het stellen van een diagnose op het terrein van de psychologie.[1] Deze diagnose hoeft geen medische diagnose te zijn, het heeft eerder te maken met de geschiktheid voor het uitvoeren van bepaalde taken. Dit is handig om te voorspellen hoe mensen zullen reageren op situaties of hoe geschikt personen zijn voor een bepaalde lastige werktaak. Deze tak van de psychologie heeft aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw een aantal ontwikkelingen ondergaan, in het hier volgende hoofdstuk zal ik proberen te beschrijven welke.

Een pionier op het gebied van het meten van individuele verschillen was Francis Galton (1822-1911).[2] Hij ontwikkelde als eerste methodes om intelligentie te testen. Dit deed hij doormiddel van metingen van de individuele reactietijden. Zijn verklaring was dat als iemand intelligent was hij of zij een krachtig en efficiënt zenuwstelsel en hersenen moest hebben. De eerste test van intelligentie was dus het meten van de grootte van de hersenen, hoe groter deze zou zijn hoe intelligenter de persoon moest zijn. Deze redeneringmethode leunde erg op het Darwinisme wat niet verwonderlijk is aangezien Francis Galton een jongere neef en vriend van Charles Darwin was. Galton was de eerste die ideeën over intelligentie koppelde aan de theorie van Darwin en kreeg hiermee veel volgelingen.[3] [4]

Een van deze volgelingen was de Franse psycholoog Alfred Binet (1857-1911) die een aantal door Galton ontwikkelde testen uitprobeerde op zijn twee dochtertjes. De reactietijdtesten van Galton waren bedoelt voor het meten van volwassenen en Binet was verbaasd van de resultaten die zijn dochtertjes behaalden. De meisjes waren even snel als volwassenen en soms sneller, alleen konden ze niet altijd hun aandacht erbij houden en was hun gemiddelde reactie tijd lager dan die van een volwassene. Alfred Binet concludeerde dat het verschil te verklaren was door aandacht en niet door onderliggende neurologische gevoeligheid zoals Galton dacht. Door deze ontdekking begon Binet met het ontwikkelen van intelligentietesten die rekening hielden met leeftijd. In 1905 ontwikkelde hij samen met Théodore Simon (1873-1961) de eerste intelligentietest voor kinderen van twee tot twaalf die een kind in schalen van intelligentie kon indelen. Het was een test bestaande uit dertig verschillende oefeningen die steeds in moeilijkheid toenamen beginnend bij het volgen van een aangestoken lucifer en eindigend bij het bedenken hoe laat het was als de grote en kleine wijzer waren omgedraaid. Vervolgens ontwikkelde Binet en Simon testen die aangaven op welke leeftijd een kind een bepaalde taak behoorde te kunnen. Zo probeerde Alfred Binet de intelligentie te standaardiseren voor bepaalde leeftijden zodat elk kind een individuele score kon behalen. [5] [6]

Voor het concept van intelligentie had Binet een flexibele definitie, hij zag het als een losse collectie van onafhankelijke capaciteiten voor geheugen, aandacht en redenering samengevat in wat hij verstand noemde. Er kwam al snel een rivaliserende visie op die werd bevorderd door de Engels psycholoog Charles Spearman (1863-1945) die met het begrip general intelligence of simpelweg G. Dit begrip hield in dat intelligentie bestaat uit een gemiddelde of algemene intelligentie, het gemiddelde uit behaalde testen, plus specifieke uitslagen voor mentale taken. Spearman probeerde door de correlatie van verschillende taken aan te tonen of iemand zeer intelligent was of juist een gebrek aan intelligentie had. Hij begon met het testen van kinderen met kinderen die volgens de methode van Binet een hoge mentale leeftijd hadden, maar was teleurgesteld over zijn meetresultaten. Hij vond dat zijn testen alleen nuttig waren om het gebrek aan intelligentie te testen en twijfelde aan het nut van zijn testen om hoge intelligentie waar te nemen. [7]

De eerste kans om het tegendeel te bewijzen diende zich aan met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog waar aangepaste versies van testen van Spearman werden gebruikt om onintelligente en hoogintelligente rekruten aan te kunnen wijzen.[8]  

Knappe koppen in dienst van de Oorlog

Hoe werd de intelligentietest afgenomen aan de Amerikaanse rekruten?

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog schitterde de Verenigde Staten door afwezigheid aan het front. De Amerikaanse regering onder president Woodrow Wilson (1856-1924) kondigde een beleid van neutraliteit aan, maar het maakte een aantal beslissingen die Amerika voor 1917 al een onofficiële deelnemer maakte. De Verenigde Staten gaf bijvoorbeeld de mogelijkheid voor haar burgers om naar het oorlogsgebied te reizen op schepen die soms munitie aan boord hadden. Het stond ook toe dat Amerikaanse fabrikanten materialen verscheepten die de economieën van strijdende naties op de hielpen en stond Amerikaanse kredietverstrekkers toe leningen te verstrekken aan de oorlogvoerende landen. Voor de geallieerde landen werd Amerika hun arsenaal en bankier. De reactie van Duitsland was om onderzeeërs in te zetten om vrachtschepen uit de VS te torpederen. Na de crisis met de Britse lijnboot de Lusitania lukte het de Amerikaanse regering Duitsland onder druk te zetten en de duikbootoorlog te staken. Maar eind 1916 begonnen de Duitsers opnieuw met het aanvallen van Amerikaanse vrachtschepen. Na een aantal aanslagen en het ontdekken van een complot waaruit bleek dat Duitsland Mexico probeerde op te zetten tegen Amerika verklaarde de Verenigde staten op 6 April, 1917 de oorlog aan Duitsland. Voor een aantal Amerikaanse psychologen een uitgelezen deze wetenschap in dienst te stellen van hun vaderland.[9]

Op dezelfde dag dat de VS de oorlog verklaarde vergaderde de Society of experimentalists, een groep van ongeveer veertig psychologen over de manieren waarop de psychologie bij kon dragen aan bevordering van het oorlogsapparaat. Verschillende toepassingen werden opgeworpen, maar het meeste draagvlak had het idee voor een programma van een algemene intelligentietest voor soldaten. De belangrijkste initiatiefnemer voor dit idee was Robert Yerkes (1876-1956) de president van de American Psychological Association (APA) die de leiding had over het uitvoeren van het testprogramma. Yerkes beschouwde de intelligentietest als het aangewezen instrument voor selectie aan de poort. Zijn oorspronkelijke idee was om de test alleen maar te gebruiken om geestelijke gestoorden uit het leger te weren, maar later propageerde hij een minimum aan algemene intellectuele bekwaamheden die aanwezig hoorde te zijn om als soldaat te kunnen functioneren. Walter Dill Scott (1869-1955) een lid van de APA probeerde juist de geschiktheid voor specialistische functies onderzoeken. Zo ontwikkelde de APA twee verschillende programma’s: schifting van onvoldoende intelligente soldaten onder Yerkes en een zoektocht naar speciaal geschikte soldaten onder Scott.

 Onder leiding van Yerkes werden de Army-Alpha en Bèta-tests ontwikkelt die gebaseerd waren op werk van Binet en Spearman. De Army-Alpha test was ontwikkelt voor Engelstalige rekruten die konden lezen en schrijven. Het logisch denken, technisch inzicht, vaardigheden in rekenen taal waren de belangrijkste factoren in het bepalen van de intelligentie van de rekruten. De Army-Bèta test was ontwikkelt voor rekruten die analfabeet waren, geen Engels konden lezen, of een te lage score hadden behaald bij de Army-Alpha test. Zij kregen instructies in gebarentaal om het taalprobleem te kunnen ondervangen. Van de 1,7 miljoen geteste rekruten kregen ongeveer dertig procent de Bèta test, dit had te maken met het grote immigranten die Amerika rijk was. De Bèta test bestond uit verschillende opdrachten met plaatjes, bijvoorbeeld een aantal rijen met plaatjes waar een element ontbrak, een huis zonder schoorsteen, een viool zonder snaren, een revolver zonder haan. Deze testen werden cultuurvrij geacht omdat zij geen kennis van de Engelse taal veronderstelde, later kwam hier kritiek op omdat de test tal van elementen verstopt waren die specifiek waren voor de Amerikaanse cultuur.

 Walter Dill Scott wist de legerautoriteiten te interesseren voor een personeelevaluatietest die hij voor de oorlog ten bate van het bedrijfsleven ontwikkelt had en in 1917 had aangepast op het Amerikaanse leger. Hij wist de Adjudant-Generaal Baker van het nut van zijn plannen te overtuigen en hij stichtte het Commitee on Classification of Personnel. De test van Scott bepaalde of iemand superieure intellectuele eigenschappen had en werd ingezet om een meer gelijke verdeling te maken van intelligentie over verschillende legereenheden. De testen bepaalde ook of iemand geschikt was voor een officiersopleiding, als iemand lager dan een C had gehaald werd hij niet toegelaten. Deze test werd enthousiast onthaald door het leger aangezien de uitslagen grotendeels overeenkwamen met eigen inschattingen voor de geschiktheid van een persoon voor een bepaalde functie. Ook ontwikkelde Scott en zijn team tests voor het bepalen van geschiktheid voor specialistische functies zoals artillerist en piloot. Maar deze testen werden minder doeltreffend geacht dan zijn officiersselectie.

 Het verstand in Vredestijd

Welke testresultaten werden behaald en welke invloed hadden deze intelligentietesten na de Eerste Wereldoorlog?

Plotseling was de Grote Oorlog afgelopen. Dit zal voor Yerkes en Scott een grote klap zijn geweest aangezien het maar de vraag was of zij hun programma’s nog wel door zouden kunnen zetten. De twee psychologen reageerden verschillend op het einde van de oorlog, maar beiden probeerden het nut van de door hen ontworpen testen te bewijzen in vredestijd. De tijdens de Eerste Wereldoorlog afgenomen testen hadden grote invloed op de psychologie in Amerika en de rest van de wereld. In het volgende hoofdstuk zal ik proberen deze invloed te onderscheiden in invloed op korte termijn: wat werd er gedaan met de testresultaten? En de invloed op langere termijn: hoe hebben deze testen bijgedragen aan het verspreiden van het begrip intelligentie?

Robert Yerkes had zijn Army-Alpha en Army-Bèta testen aan 1.750.000 rekruten voorgelegd. Helaas was de oorlog te snel afgelopen, de meeste geteste rekruten werden niet naar het front gestuurd. De resultaten waren grotendeels een bevestiging van raciale vooroordelen die in die tijd wijdverbreid waren. Van de ongeveer 530.000 rekruten die de Bèta testen moesten maken werd van ongeveer achtduizend personen geadviseerd ze meteen uit het leger te ontslaan, van tienduizend rekruten werd geadviseerd ze arbeidbataljons in te delen en van negenduizend rekruten werd geadviseerd ze verder op te leiden, maar ze niet naar het front te sturen. De groep met de hoogste gemiddelde scores (gemeten over het gemiddelde van beide tests) waren de blanke Amerikanen, gevolgd door blanke immigranten en laagste gemiddelde scores werden behaald door afro-amerikanen. Volgens de testresultaten zou 89 procent van de zwarte deelnemers gekwalificeerd moeten worden als Morons. Voor de komende jaren was er een wetenschappelijk bewijs voor de theorie van superioriteit van het blanke ras. In 1945 werd deze theorie omvergegooid toen werd aangetoond dat de Alpha en Bèta tests geen rekening hadden gehouden met de grote regionale verschillen in opleiding en ontwikkeling binnen Amerika. De het bleek dat rekruten uit het zuiden van de VS significant lager scoorden dan rekruten uit noordelijke staten. En aangezien het grootste gedeelte van de afro-amerikaanse rekruten uit het zuiden kwamen was dat een verklaring voor de verschillen in intelligentie. Als men alleen vergeleek tussen rekruten uit het zuiden waren negers en blanken even intelligent. Er kwam nog meer kritiek op de testen van Yerkes, vooral op de lage scores op de Army-Bèta testen. Het grootste gedeelte van de rekruten die deze test maakten waren immigranten die nog maar kort in de VS verbleven. De test zat echter vol met elementen die specifiek waren voor de Amerikaanse cultuur en daardoor lastig te begrijpen waren voor deze immigranten. Naar aanleiding van deze kritiek werden de door Yerkes ontwikkelde testen niet lang na de afloop van de oorlog niet meer gebruikt, dit had ook te maken met het feit dat er geen dienstplicht meer was en de intelligentietest op grote schaal overbodig werd.

Voor Walter Dill Scott verliep het een stuk anders. De resultaten die behaald werden met zijn intelligentietest waren erg goed te gebruiken door het Amerikaanse leger. Hij testte militairen op de geschiktheid voor hoger functies binnen het leger en gaf daarmee een positief of negatief advies voor toelating aan een officiersopleiding. Scott heeft tijdens de oorlogsjaren ongeveer vijfduizend soldaten getest en de resultaten die behaald werden correleerden grotendeels met het advies van legeropleidingen. Hierdoor bleef de psychologische selectie van Scott nog steeds ingezet toen de selectie op een laag pitje werd gezet als gevolg van de afschaffing van de dienstplicht na de Eerste Wereldoorlog.

Het verschil in aanpak tussen Yerkes en Scott is te vergelijken met het verschil tussen een wetenschapper en een zakenman. Robert Yerkes was boven alles een wetenschapper die resultaten wilde behalen die de wetenschappelijke kennis zou bevorderen. Dat de intelligentietest in dienst moest staan van het Amerikaanse leger was voor hem bijna een bijzaak. Dit blijkt bijvoorbeeld in het feit dat Yerkes ook het herkomstland van immigranten wilde weten voor later onderzoek naar verschillen in intelligentie tussen landen. De legerleiding beschuldigde Yerkes ervan hun jongens te gebruiken als laboratoriumratten voor eigen wetenschappelijke gewin. Walter Scott was uit ander hout gesneden en was een stuk praktischer ingesteld. Scott had eerder testen ontwikkelt voor het bedrijfsleven en had een scherper oog voor het spel van vraag en aanbod. Hij er door collega’s van beschuldigt zijn resultaten ook aan te passen aan de beoordelingen van de legerleiding, maar deze beschuldigingen zijn niet te bewijzen. Het is wel zeker dat Scott minder belang stelde in het algemeen wetenschappelijk nut en meer oog had voor de wensen van zijn “cliënten”. Deze aanpak bleek uiteindelijk de meest succesvolle.

Het grootschalige karakter van de testoperatie en de door de psychologen zelf ontketende publiciteitsoffensief droeg op langere termijn bij aan het feit dat het psychologische begrip “intelligentie” in het interbellum in Amerika een grote aandacht genoot. Het was de eerste keer dat de psychologie zich op zo’n grote schaal in dienst stelde van het vaderland. De resultaten waren niet spectaculair, maar zowel het Amerikaanse leger als de APA hadden er beide baat bij om dit in de publicaties in kranten buiten beschouwing te laten. De testen van de Eerste Wereldoorlog gaven mensen inzicht in het praktische gebruik en nut van intelligentie testen. Yerkes heeft hier zelf een groot aandeel aan gehad, hij heeft zijn Alpha test aangepast voor gebruik op scholen in Amerika. Aan het einde van de oorlog had de APA nog duizenden Alpha en Bèta testen liggen en Yerkes besloot deze testen uit te proberen op de schoolgaande jeugd. Het is een ontwikkeling die werd gevolgd door veel meer psychologen, het vinden van praktische toepasbaarheid van intelligentietesten.

Conclusie

Hoe heeft de invoering van de intelligentietest, bij de rekrutering van Amerikaanse soldaten voor de Eerste Wereldoorlog, de ontwikkeling van de intelligentietest beïnvloed?

De afgelopen twee eeuwen heeft de psychologie een aantal belangrijke ontwikkelingen ondergaan. Op het gebied van de intelligentietest is het belangrijk de pionieren Francis Galton, Alfred Binet en Charles Spearman te noemen. Galton ontwikkelde als eerste methodes om verschillen tussen individuen te meten, hoewel zijn methodes vandaag de dag achterhaald zijn heeft hij een grote invloed gehad op de generatie psychologen na hem. Alfred Binet koppelde intelligentie aan leeftijd en ontwikkelde de eerste succesvolle test om een vergelijking tussen individuen te maken. Binet hield vol dat intelligentie een flexibel begrip was dat in verschillende situaties kon veranderen, Spearman was het daar niet mee eens en ontwikkelde een test die iemands algemene intelligentie testte, maar vond zelf de resultaten niet bevredigend.

Toen de Verenigde Staten besloot deel te nemen aan de Eerste Wereldoorlog was er een grote activiteit onder Amerikaanse psychologen om hun bijdrage aan deze oorlog te leveren. Er werden twee verschillende intelligentietesten ontwikkeld, de Alpha en Bèta testen door Robert Yerkes om de rekruten die te onintelligent waren uit te sluiten en de testen van Walter Dill Scott om de hoogintelligente rekruten eruit te pikken.

Na de oorlog wordt de test van Yerkes voor het leger onbruikbaar, de test van Scott blijft ook in het interbellum nog een belangrijk rekruteringsmiddel. Er kwam ook veel kritiek op de resultaten van de test die Yerkes ontwikkelt had, onder anderen over de culturele bias en de raciale vooroordelen die de beoordeling beïnvloed zou hebben. De ontwikkeling van de intelligentietesten heeft veel publiciteit opgeleverd en er voor gezorgd dat er ook na de oorlog veel aandacht bleef voor de intelligentietest en de toepasbaarheid ervan.

Het antwoord op mijn vraagstelling “Hoe heeft de invoering van de intelligentietest, bij de rekrutering Amerikaanse soldaten voor de Eerste Wereldoorlog, de ontwikkeling van de intelligentietest beïnvloed?” Door het grootschalig toepassen van de intelligentietest en het ontwikkelen van een praktische toepassing daarvan kwam er veel aandacht voor deze wetenschap. Veel mensen zagen nieuwe mogelijkheden voor de toepassing van de psychologie en probeerde in de jaren na de Eerste Wereldoorlog deze te ontwikkelen. Robert Yerkes nam het voortouw door zijn Alpha test aan te passen voor het gebruik op schoolgaande jongeren.

 

[1] Allan J Edwards., Individual Mental Testing Part I: History and Theories(Scranton 1971)6-7

[2]Raymond E. Fancher, Pioneers of Psychology(Londen 1996)216-234

[3] Ibidem

[4] Roger Smith, Inhibition: History and Meaning in the Sciences of Mind and Brain( Londen 1992)111-134

[5] Raymond E Fancher, Pioneers of Psychology(Londen 1996)403-418

[6] Allan J Edwards., Individual Mental Testing Part I: History and Theories(Scranton 1971) 8-53

[7] Raymond E. Fancher, Pioneers of Psychology(Londen 1996) 418-422

[8] Ibidem

[9] Ronald Schaffer, America in the Great War: the Rise of the War Welfare State(New York 1991)13-17


Auteursinformatie


Geschreven artikelen: 5
Leden aangebracht: 0

Meer uit de categorie verslagen-scripties

Literatuur

verslag over litratuur

Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme en het verschoningsrecht van advocaten

Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme en het verschoningsrecht van advocaten

Robin Hood

Een uitgebreid verslag over Robin Hood

De intrinsiek sociale groep

Dit artikel is een samenvatting van het stuk over de intrinstiek sociale groep uit het boek cultuur en lichaam van Voestermans en Verheggen

Volkenrecht; de rol van het internationaal gerechtshof

De rol van het internationaal gerechtshof.