Volkenrecht - Actuele situatie in Libië


Publicatie datum:

Actuele situatie in Libië

Gesponsorde koppelingen

De actuele stituatie in Libië en hoe de veiligheidsraad daar antwoord geeft op verschillende vragen.

Gesponsorde koppelingen

Actualiteiten in Libië.

  1. De eerste vraag: hoe moeten we de situatie in Libië juridisch kwalificeren? Waarom is die vraag relevant, omdat het meteen een antwoord geeft of de vraag welk recht van toepassing is. Het uitgangspunt in het volkenrecht is dat er geen verbod bestaat voor een bevolking om in opstand te komen. Er is geen volkenrechterlijk verbod om in opstand te komen tegen de legitieme regering van uw land.

Het tweede uitgangspunt dat daar onmiddellijk mee samenhangt: Wanneer er een opstand plaatsvindt, dan ziet de internationale gemeenschap dit tot nader order als een binnenlandse gelegenheid. In Libië in principe, komt de internationale gemeenschap er niet tussen, want het is een binnenlandse kwestie. Tussen de bevolking en de legitieme regering die al dan niet is voortgekomen uit een verkiezing.

De situatie die zich ontwikkeld heeft in Libië is een opstand, maar gaat het ook om een intern gewapend conflict. Er zijn twee categorieën van gewapende conflicten;

-          Conflicten tussen staten

-          En een intern gewapend conflict.

Er zijn een aantal voorwaarden nodig om van een gewapend conflict te praten en die staan in artikel 1 in het tweede protocol van Geneve.

Het eerste protocol gaat over internationale conflicten, het tweede over interne.

Artikel 1 bepaalt wanneer er sprake is van een intern gewapend conflict.

Daarvan kun je alleen spreken als het gaat om aan de ene kant een georganiseerde gewapende groep onder een verantwoordelijk commando, maar die gewapende groep moet ook controle hebben over een gedeelte van het grondgebied. Hier wordt gezegd: die controle moet van dien aard zijn dat die gewapende groep met een verantwoordelijk commando in staat is om gedurende een bepaalde periode militaire operaties uit te voeren. Militaire operaties die gecoördineerd zijn.

Dus artikel 1 van het tweede protocol spreekt alleen over een intern gewapend conflict bij de voorwaarden:

-          Georganiseerde gewapende groep

-          Onder een verantwoordelijk commando

-          Zie bovenstaande.

De enige voorwaarde die vervult is volgens artikel 1 van het tweede protocol, is het inrichten van een militaire raad in Bengaze, dat zou het begin kunnen zijn van een verantwoordelijk commando. Het interne conflict is er alleen wanneer dus die voorwaarden vervuld zijn en er een conflict ontstaat tussen die groep en de gevestigde militaire orde.

Die protocollen hebben er wel voor gezorgd dat andere situaties dus niet vallen onder het protocol, er moet dus voldaan zijn aan artikel 1. Het protocol is niet van toepassing volgens artikel 1 op situaties van relletjes in een bepaald land, spanningen op een bepaald grondgebied, internal disturbances à dat is anders dan een internal armed conflict.

Strikt juridisch genomen is er op dit moment geen sprake van een intern gewapend conflict in Libië en dus ook geen sprake van een burgeroorlog.

Waarom is het van belang om te weten hoe die situatie gekwalificeerd wordt, omdat je anders niet weet welke wetten van toepassing zijn.

Als het geen intern bewapend conflict is, dan is het humanitaire conflict niet van toepassing. De bescherming van het humanitaire recht dat voor de burgers en partijen mogelijk zou zijn is hier dus niet van toepassing.

Zelfs wanneer het geen intern gewapend conflict is op dat moment, blijft de ganse sector en de verdragen die er zijn in zake mensenrechten van toepassing. Humanitaire rechten dus niet, maar in zake de rechten van de mens zijn de rechten wel van toepassing, ook in deze fase.

Wat ook van toepassing blijft, onverkort, is wat we al in een van de eerste colleges hebben aangestipt is de R2P à Responsibility to Protect, de verantwoordelijk van een staat om zijn bevolking te beschermen.

Dus geen intern conflict, geen burgeroorlog. Alleen eenbevolking die in opstand is gekomen tegen het regime dat aan de macht is.

 

  1. Reacties (na punt 1 kwalificaties). Op welke manier de reacties een plaats vinden binnen de internationale rechtsorde. Niet in volgorde van belangrijkheid. Wat is er onder andere gebeurd?
    1. Rescue missions. Reddingsoperaties die uitgevoerd zijn om eigen onderdanen van het Libische grondgebied te evacueren. Twee voorbeelden: De afgelopen dagen hebben Britse en Duitse militaire toestellen in de woestijn Duitse en Britse onderdanen gaan ophalen. Zoals bijna altijd wanneer het gaat om militair personeel dat zich op een grondgebied bevindt, dan is het anders dan voor ceremoniële doeleinden. Militairen halen dus tientallen onderdanen op, dat is volgens de heersende regels van het volkenrecht een schending van Libische integriteit. Want militaire toestellen in het Libische luchtruim mag niet zonder de toestemming van Libië. In gelijksoortige situaties is dit al eerder gebeurd. Dat staten hun eigen onderdanen evacueren, als het nodig is met gebruik van geweld. Het is evident dat het evacueren van Britten en Duitsers het risico inhoudt dat de vliegtuigen onder vuur komen te liggen. Er is dus een staatspraktijk die min of meer tolerant is: mag u staat A in gevaarlijk land B uw mensen evacueren met militaire toestellen en eventueel met geweld mocht het nodig zijn. De Britten die erom bekend staan om in gevaarlijke situaties steeds volgens het boekje te handelen hebben dit ook hier gedaan, betreffende de marine schepen, die hebben ze gestuurd, niet naar Tripoli, maar Bengazi de regio die onder controle staat van de opstandelingen. Normaliter is er toestemming van de staat nodig.
{{extraAds}}

Er zijn een aantal situaties gebeurd waar is geëvacueerd waar de staat nog toestemming kon geven, omdat ze nog controle hadden over het hele gebied.

  1. Tweede voorbeeld van reactie: het betreft de V.S. die wat het volkenrecht noemt, countermeasures hebben genomen. Ze hebben tegenmaatregelen genomen met als bedoeling om het regime in Tripoli ertoe te bewegen om op te houden met de zware schendingen van de mensenrechten en geweld. Dat is hier internationaalrechtelijk van belang ten eerste dat die tegenmaatregelen van de VS genomen zijn voor de aanvaarding door de VR van resolutie 70. VS heeft tegenmaatregelen genomen voor de VR in actie is gekomen. Ten tweede zal het ook wel zo zijn dat die tegenmaatregelen van de VS blijven bestaan parallel met de sancties van de VR. Dus die maatregelen zijn eenzijdig genomen op het moment dat de VR nog niks had gedaan en ze blijven ook bestaan naast de sancties die de VR heeft afgekondigd. Een wapenembargo, reisverbod, bevriezen van de tegoeden in de VS, de klassieke maatregelen dus. De vraag die we ons moeten stellen: waar halen de VS het recht om tegenmaatregelen te treffen tegen Libië? Is Libië schuldig aan schendingen van volkenrecht? Dat is een retorische vraag, maar welke staat is daar het slachtoffer van? Is de VS slachtoffer van de schendingen van Libië? In het regime van de staatsaansprakelijkheid, is het van cruciaal belang om dat onderscheid te handhaven tussen staten die slachtoffer zijn en die dit niet zijn. Alleen staten die slachtoffer zijn, in dit geval van Libië, heeft het recht om tegenmaatregelen te nemen. Tegenmaatregelen zijn maatregelen die een staat neem en die zelf strijdig zijn met het volkenrecht. Maatregelen die in feite onwettig zijn, maar die onwettigheid wordt geaccepteerd, want het is een reactie op een eerdere schending. Tegenmaatregelen: iets waartoe staat B normaal niet bevoegd is. In principe mag alleen de staat die slachtoffer is maatregelen nemen, maar waarom doet de VS dat? Omdat artikel 54 van de artikelen over de staatsaansprakelijkheid zegt dat staten alle andere staten die dus niet zelf het slachtoffer zijn (zie reader achteraan) hebben het recht om lawful measures te nemen.

Staatsaansprakelijkheid: staat die slachtoffer is mag wel tegenmaatregelen nemen, en alle andere staten mogen alleen op recht gebaseerde tegenmaatregelen nemen. Artikel 54 is het resultaat van een intens debat binnen een commissie en artikel 54 klopt ook niet met de staatspraktijk: het zegt: alle andere staten mogen rechtsgeldige maatregelen nemen, maar de staatspraktijk wijst uit dat er heel veel staten zijn die toch tegenmaatregelen gaan nemen, zoals de VS, zonder slachtoffer te zijn. Dus die tegenmaatregelen van de VS zijn dus in eerste opzicht illegaal, maar volgens artikel 54 niet, de VS is geen slachtoffer, maar ERGA OMNES verplichtingen. Elke staat heeft een juridisch belang bij de naleving van ERGA OMNES. Dus iedere staat kan dus tegen ERGA OMNES schendingen ingaan.

 

  1. Resolutie 1970. Die resolutie is in een aantal opzichten uniek in de geschiedenis van de Verenigde Naties. Ten tweede: het verzoek om de VR bijeen te roepen gaat uit van de Libische delegatie. Die Libische delegatie heeft zelf verzocht om een bijeenkomst van de VR, omdat de ambassadeur afstand genomen had van het regime in Tripoli. Als je naar de tekst van die resolutie kijkt, is 10 pagina’s, dan heb je zoals elke resolutie heb je een inleiding in dit geval van de beslissing van de VR. De VR betreurt de systematische schending van de mensenrechten, dit is de eerste stap van het geheel. Ook wordt betreurd, de oproepen van Gadaffi om geweld te gebruiken tegen de burgerbevolking. Het ligt voor de hand dat de VR het betreurt, de zware schendingen van de oproepen om de burgerbevolking aan te vallen. Ook relevant in het inleidende gedeelte is dat de VR zegt: de systematische aanvallen die plaatsvinden tegen de burgerbevolking “may amount to crimes  against humanity”. VR zegt dus niet dat die aanvallen tegen de burgerbevolking crimes against humanity zijn, die beoordeling neemt de VR niet. Het is mogelijkdat die aanval op de burgerbevolking misdaden tegen de menselijkheid zijn. Ook van belang: er zijn 10 duizenden vluchtelingen die het Libische grondgebied proberen te verlaten. Relevant in deze tekst is dat de VR bezorgd is over de vluchtelingen, maar deze vluchtelingen verlaten het grondgebied omwille van het geweld. Een normale vluchteling volgens de conventie van Geneve niet altijd vanwege geweld op eigen grondgebied. Geneve: iemand die eigen grondgebied verlaat uit schrik voor gevolgen wegens een aantal redenen. Er wordt hier in de resolutie wel een band neergelegd tussen vluchtelingen en het geweld op het Libische grondgebied. De VR zegt tegen Libië, u heeft responsibility to protect, daarom is deze resolutie zo uniek is, want R2P is een notie is die pas is gelanceerd. Maar doordat de VR er nadrukkelijk naar verwijst, is het een evolutie van R2P naar een politiek juridisch begrip. Hier zit ook een paragraaf waar duidelijk wordt gemaakt dat de territoriale integriteit (TI) behouden moet blijven. Als er een burgeroorlog zou uitbreken dan loopt die TI gevaar, maar de VR zegt dat die TI behouden moet worden. Dat zijn de overwegingen die de VR formuleert alvorens over te gaan tot een aantal beslissingen in de resolutie
    1. Die beslissingen en de resolutie worden genomen op basis van hoofdstuk 7 en artikel 41. De formulering die de VR gebruikt is relevant om te weten welke onderdelen bindend zijn of niet. Het geweld zou moeten stoppen tegen de burgerbevolking, maar dat is alleen een verzoek van de VR. Ze kunnen het niet opleggen, omdat er nu bijvoorbeeld geen VN troepen op het grondgebied zijn. Dus ze vragen eerst aan de Libische autoriteiten om het geweld te stoppen en in te gaan op de vragen en verzoeken van de lokale bevolking.  Ten tweede is er een dringend beroep is Libië om de mensenrechten te respecteren en het internationaal humanitair recht. De VR spreekt niet alleen over respect of human rights, maar ook international humanitarian law. Maar humanitair recht is strikt gesproken nog niet van toepassing, want er is geen gewapend conflict op dit moment. De VR zegt dus: wij zien het wel als een intern gewapend conflict, ondanks wat er in artikel 1 van het tweede protocol staat. Denkt de VR wel na over de humanitaire rechten? Het gaat hier om de totstandkoming die zo snel gaat, dat men nu al consensus bereikt. Dus respect voor mensenrechten en humanitair recht. Ten derde: alle vreemdelingen op het grondgebied, alleen een oproep, moeten veilig kunnen zijn en het land kunnen verlaten. Met andere woorden: Libië heeft niet het recht om vreemdelingen te verhinderen om het territorium te verlaten. In het verleden waren er voorbeelden waar landen massaal mensen hebben uitgezet, maar hier is het omgekeerde ook van toepassing. Voor alle lidstaten geldt een verzoek van de VR, en de formulering is neutraal hier, om samen te werken bij de evacuatie van vreemdelingen. Dus de VR zegt niet tegen de lidstaten, als u uw landgenoten uit het Libische gebied wil evacueren dan mag je alles doen, dus geweld gebruiken. Nee, alleen: de lidstaten moeten samenwerken bij evacuatie van vreemdelingen die het grondgebied willen verlaten. Dus bij het eerste deel is een verzoek aan Libië, en een verzoek aan alle lidstaten.
    2. Dan komt er een paragraaf die deze resolutie uniek maakt. De VR beslist en dat is bindend om de situatie in Libië na 15 februari te verwijzen naar het internationaal strafhof. Dat gebeurt op basis van artikel 13 van het statuut van het strafhof. Het statuut staat niet in de  reader, maar als je naar het artikel kijkt zie je hoe zaken voor het strafhof gebracht kunnen waren. Een van de beperkte mogelijkheden is een verwijzing door de VR> de VR verwijst de situatie. De VR heeft niet het recht om individuen naar het strafhof te sturen. De VR zegt: wij vinden die situatie in Libië van dien aard dat we het door willen verwijzen naar het strafhof.  Als je naar de debatten van de VR kijkt, dan vindt je daarin Brazilië dat ernstig voorbehoud maakt bij deze verwijzing naar het strafhof,. De unanimiteit die bij de stemming is gebleken, die verbergt een meningsverschil van 14 leden van de VR met in dit geval Brazilië. De bedoeling is dat de openbaar aanklager van het strafhof een advies doet aan de VR. Het is aan de aanklager om het onderzoek te starten in volledige onafhankelijkheid, het enige wat de VR doet is het mogelijk maken via artikel 13 dat het internationaal strafhof bevoegd wordt. Hoe hij zijn onderzoek voert, tegen wie, valt binnen de prerogatieven van het strafhof.

 

Eerst een correctie van net: Braziliaans verbehoud was er, maar slaat niet op de verwijzing zodanig, maar de uitzonderingen daarop. Toezending naar het strafhof is consensus, maar de uitzondering daarbij niet.

 {{extraAds}}

De verwijzing naar het strafhof is juridisch bindend, want er staats “decides”. Je kunt een situatie wel naar hert strafhof verwijzen, maar daarvan zijn niet alle leden van de VN partij. Libië is geen partij. Libië kan gerust zeggen we zijn niet gebonden aan het strafhof, maar wij hebben geen verplichting om met het strafhof samen te werken en daar komt de volgende paragraaf van de resolutie

  1. Dat Libië koet samenwerken met het hof,. Door de samenwerkingsplicht in een resolutie te gieten is er dus een volkenrechtelijke verplichting om samen te werken, ondanks dat Libië geen partij is bij het hof. Nu zijn er een aantal staten die geen partij zijn bij het strafhof en daarover zegt de VR dat die staten verzocht worden om toch met het Hof samen te werken. Er zijn 192 lidstaten en er zijn er 114 partij bij het strafhof. Die niet partij zijn kunnen niet verplicht worden partij te worden, maar de VR dringt wel erop aan om partij te worden.  Nu zegt de docent dat die resolutie bijna uniek is, ook betreft de verwijzing naar het strafhof, De vorige keer is enkele jaren geleden zonder unanimiteit van de VR toen de situatie van Darfur naar het strafhof was verwezen en toen was Sudan geen partij van het strafhof en daar zat ook een verplichting om samen te werken bij het strafhof en het geven van hun president aan het strafhof.
  2. Er is geen immuniteit voor staatshoofden. Dat is een grote straf voorwaarts door het statuut van het strafhof. Staatshoofd ontsnapt niet meer aan de internationale strafrechtsmacht en kan voor de strafbare feiten in het statuut verantwoordelijk worden gehouden.
  3. De paragraaf waar Brazilië voorbehoud bij maakt: waar gaat het om: onderdanen van staten die geen partij zijn bij dat statuut, wat is in dat juridische statuut, als er een operatie wordt uitgevoerd, zegt VR, door de VR of onder toestemming van de VR dan is het personeel dat daaraan deelneemt, dus militairen en anderen, die deelnemen aan zo’n operatie die vallen onder de uitsluitende bevoegdheid van hun eigen staat. Dus Libië moet samen werken met het internationaal strafhof, andere staten worden opgeroepen dat ook te doen en de reden van het Braz voorbehoud is duidelijk en terecht: wanneer het gaat om misdaden tegen de menselijkheid, dan is er universele strafrechtjurisdictie. Alle staten hebben het recht op misdadigers tegen de menselijkheid te vervolgen. Braz zegt: als u schendingen begaat die eigenlijk onder het statuut van het strafhof zou vallen dan zorgen we ervoor dat onze militairen, VS, en oorlogsmisdaden gaan alleen onder de jurisdictie van de eigen staat. Dat heeft de VS in de resolutie gezegd vanDarfur, maar ook nu. De VS is ook geen lid van het strafhof, Ze willen niet dat hun militairen vervolgd kunnen worden door het strafhof en alle andere staten van de wereld. Dat is dus de 2de keer dat het gebeurt, daarom is die paragraaf van belang, maar ook van belang omdat er uitdrukkelijk instaat, maar waarvan nog geen sprake is in de praktijk: het moet dus gaan om schendingen van militair personeel die namens de VR daar naartoe gaan. Maar de VR heeft nog geen militairen naar Libië toegestuurd. Het feit alleen dat deze paragraaf in deze resolutie staat en er al gesproken wordt over een missie, dat is een indicatie dat de VR een operatie wil creëren of een coalitie toestemming wil geven. Alleen al die toestemming zit in deze resolutie vervat. Dus dat is de eerste belangrijke bindende beslissing van de VR: de verwijzing naar het strafhof en de uitzondering van onderdanen die deelnemen aan Veiligheidsraad operaties of coalities in naam van.
  4. Verwijzing naar internationaal strafhof
  5. Wapenembargo, dus het verbod om wapens te leveren aan Libië. Maar het instellen van een wapenembargo is een zaak, het controleren iets anders,. Daarom een paragraaf in de resolutie waar alle staten worden opgeroepen om controles uit te voeren op schepen en vliegtuigen wanneer deze vermoedelijk de bestemming Libië hebben. Het geldt in het bijzonder zegt de VR, voor de buurlanden van Libië. Als je naar de kaart kijkt zie je Tunesië en Egypte en die kunnen dat nu niet echt.
  6. Reisverbod  voor een aantal met name genoemde personen. Je ziet dus bij de resolutie twee bijlagen, de eerste een lijst van 16 personen die een reisverbod opgelegd krijgen, maar daar zijn uitzonderingen op.  Die 16 personen waaronder de familie Gadaffi en het regime mogen het land niet uit, maar de uitzonderingen. Er is een comité die daarover controle zal uitoefenen, maar als een van deze personen een reis wil ondernemen voor humanitaire redenen, inclusief religieuze redenen. Dus als een van die 16 mensen de reis naar Mekka wil maken, niet in aanmerking komt voor uitzondering van het reisverbod, mits toestemming van de VR. De volgende uitzondering: het kan in de nabije toekomst nodig zijn  dat er voor het vredesoverleg in Libië gereisd moet worden naar bijvoorbeeld naar de VN. Het herstellen van de vrede in Libië kan het noodzakelijk maken dat één van deze mensen toch op reis wil.
  7. Bevriezing tegoeden buitenland en dat wordt beperkt tot de familie Gadaffi. Hun tegoeden in het buitenland worden bevroren en dat is bindend voor alle lidstaten. Het is dus dwingend voor de staten. Je kunt zeggen: maar die miljarden dollars in het buitenland en wat als het probleem Libië opgelost is, wat dan met het geld: daar heeft de VR wel aan gedacht en bepaald dat die miljarden bevroren dollars ter beschikking gesteld zullen worden aan de Libische bevolking. Moet dus ten goede komen van het volk.
  8. Humanitaire bijstand het gaat dus niet om humanitaire interventie, maar bijstand. Humanitaire organisaties die normaal zorgen voor voedsel en zo.  De lidstaten worden opgeroepen om daarvoor samen te werken, maar de VR zegt: ze kunnen bijkomende maatregelen nemen als het nodig is voor die humanitaire bijstand. Dus er zit hier de mogelijkheid voor de VR om bijkomende maatregelen te nemen om de doelstellingen te bereiken. En die bijkomende maatregelen is een eufemisme voor bijvoorbeeld het toestaan van geweld.
  9. Als je kijkt naar die 6 personen waarvan de tegoeden worden bevroren wordt aangegeven wat hun verantwoordelijkheid is in de resolutie. Die familie wordt bij aangegeven dat de tegoeden bevroren zijn omdat ze nauwe verbanden hebben met het regime.
  10. Huurlingen die door Gadaffi gebruikt worden. Enkele duizenden Afrikaanse huurlingen die in Libië zitten om daar ingezet te worden om militair geweld te gebruiken tegen de burgerbevolking. Net gezegd: geen gewapend intern conflict. Maar in het internationale oorlogsre cht is het gebruik van huurlingen sowieso verboden. Ongeacht het conflict. Wie dat toch doet, zoals Gadaffi, maakt zich schuldig aan een schending van het volkenrecht en de huurlingen zelf blijven zonder bescherming achter. Ze maken geen deel uit van het geregelde Libische leger, ze bieden hun diensten aan tegen betaling en ze worden niet beschermd door het oorlogsrecht en dat is de reden waarom een van de mensen in Libië: die huurlingen executeren wij ter plaatse, want zij vallen niet onder het oorlogsrecht. Maar executie gaat natuurlijk weer in tegen de mensenrechten. Die huurlingen krijgen geen bescherming en als er een burgeroorlog uitbreekt en ze gevangen genomen worden, dan hebben ze geen rechten van krijgsgevangenschap.
  11. Vluchtelingen  de tienduizenden vluchtelingen aan de verschillende grenzen van Libië, vooral met Tunesië en Egypte en daarvan zegt de VR: daar zijn we bezorgd over. Voorbeeld van terug in de tijd. Ten tijde van de 2de golfoorlog deed zich er een situatie voor waarbij duizenden koerden het noorden van Irak ontvluchten naar Turkije. Een massale vluchtelingenstroom op zichzelf is een probleem voor het land waar de vluchtelingen naartoe gaan, maar op zich geen probleem voor de VR. In het geval van de koerden heeft de VR op een bepaald ogenblik een vliegverbod ingesteld boven Irak, omdat de internationale vluchtelingenstromen de vrede en veiligheid. De volgende stap en die is bijvoorbeeld nodig voor een vliegverbod. Volgende stap wellicht: dat die tienduizenden vluchtelingen, alleen al die aantallen een gevaar zijn voor de vrede en veiligheid. Want Tunesië en Egypte kunnen hier wellicht niet mee omgaan. Tunesië en Egypte verplicht om hun grenzen voor vluchtelingen open te stellen? Het gaat om vluchtelingen die het geweld ontvluchten, maar in het vluchtelingenrecht geldt natuurlijk het principe van non-refoulement:  het verbod om vluchtelingen terug te sturen naar het land waar ze vandaan komen. Dus de buren van Libië mogen die 10 duizenden vluchtelingen niet terugsturen naar Libië tot de situatie opnieuw veilig zal zijn. Het is dus aan het hoog commissariaat om te bepalen of terugkeer veilig kan gebeuren.  Het is uitgesloten, zoals gebeurd is in Darfur, dat het regime in Tripoli zegt: het is veilig. In Darfur en Sudan heeft het geleid tot massalere slachtpartijen.
  12. Militaire acties? Tot nu toe hebben we het alleen gehad over evacuatie van eigen onderdanen.
    1. Eerste mogelijkheid: het instellen van een no-flyzone, luchtverbod.  Dat moet natuurlijk gecontroleerd worden, dus daar moeten toestellen rondvliegen om te kijken of het nageleefd wordt.
    2. Tweede mogelijkheid: de verwijzingen naar operaties door de VR zelf of toestemming van de VR aan een coalitie om een militaire operatie uit te voeren en de R2P betekent dat als een eigen staat zijn bevolking niet beschermt, de internationale gemeenschap in de plaats treedt van de staat. 
    3. Humanitaire interventie? Daar gaat het iet om toestemming van de VR, maar een eenzijdig optreden van een of meer staten. Humanitaire interventie betekent het gebruik van geweld zonder toestemming van de VR zonder toestemming van de territoriale staat, Libië, om een einde te maken aan schendingen. Er zijn maar twee uitzonderingen op gebruik van geweld: artikel 51 en hoofdstuk 7. Humanitaire interventie staat echter niet in het handvest, is het dan toegelaten. Als een aantal landen tot de conclusie komen dat Gadaffi veel te ver gaat, dan kunnen ze dit nodig vinden en niet langer kan worden gewacht. Dat is een uitzondering op het verbod van gebruik van geweld en er zijn voorwaarden bij die nu op dit moment al vervuld zijn. Staat A kan wel zeggen er moet een humanitaire interventie komen, maar er moeten voorwaarden zijn.
      1.                                                                i.      Voor een legitieme H I moet objectief vaststaan dat mensenrechten geschonden worden op massale schaal en dat is niet het geval.
      2.                                                              ii.      Ten tweede, omdat het uitzondering is op het verbod van geweld moet men proberen toestemming te krijgen van de VR. Dus de landen die het geweld gaan uitvoeren moeten dus toestemming vragen. De Chinezen en Russen zullen het niet toestaan. Nu zijn er al veel slachtoffers gevallen in Libië, als humanitaire interventie nodig is, dan is er de regel van de proportionaliteit. Het geweld dat wordt gebruikt moet proportioneel zijn. Als er een coalitie naar Libië gaat in het kader van een HI, dan mogen die militairen daar maar een beperkte periode aanwezig zijn., De bedoeling is humanitair, niet bezetten van het land. Het kan nodig zijn om het regime te wijzigen wordt ook gezegd, omdat regime wijziging de enige mogelijkheid is om te verzekeren dat het in de toekomst niet nogmaals gebeurt.
  13. Recht Internationale Organisaties. Er zit dus een internationaal institutioneel aspect aan wat er gebeurt in Libië. De mensrechtenraad van de VN weten we uit de berichten, heeft een beslissing genomen, tweevoudig
    1. Onderzoek. Er komt een onderzoekscommissie naar de schending van de mensenrechten die begaan zijn
    2. Schorsing. De AV van de VN is ingegaan op het voorstel om Libië te schorsen als zij dit doet. Dat is een institutionele maatregel.

In het verleden is het gebeurd dat een regime zich schuldig maakt aan de schending van de mensenrechten, maar lid is van de VR. Ten tijde van Rwanda zat Rwanda in de VR en zou zij de VR voorzitten, tijdens de genocide.

  1. Ten tweede, wie vertegenwoordigt de Libische regering nog? De ambassadeurs bij de VN hebben bijvoorbeeld afstand genomen van het regime, maar in andere organisaties zitten nog steeds de officiële vertegenwoordigers van Libië. Ten tijde van de genocide in Cambodja onder de Rode Khmers, bleven de vertegenwoordigers van het regime ook de vertegenwoordig in de VN. Een regime dat zich dus schuldig maakt aan genocide heeft vertegenwoordiging tot er een nieuw regime is, dan komt er nieuwe vertegenwoordiging. Het is dus wachten op regime wijziging in Libië zelf.
  2. De ultieme sanctie zou bestaan uit het gebruik van artikel 6 van het handvest, om Libië als lidstaat te verwijderen uit de organisatie, de VN. Staten die voortdurend de principes van het handvest schenden kunnen eruit gegooid worden. Maar dat is nog nooit gebeurd en zal ook niet gebeuren.

 Bovenstaand is een overzicht van de juridische vragen. 


Auteursinformatie


Geschreven artikelen: 31
Leden aangebracht: 1

Meer uit de categorie verslagen-scripties

Het buitenlands beleid van Groot-Brittannie en Frankrijk na de Vrede van Utrecht

In dit artikel wordt kort het buitenlands beleid van Frankrijk en Groot-Brittannie na de Vrede van Utrecht beschreven.

Betoog wietpas

Een betoog over de wietpas. Stelling: tegen de wietpas.

Over hotels

In dit artikel beschrijf ik wat er komt kijken bij het runnen van een hotel.

Treinen winterklaar?

Het openbaar vervoer is een ramp als het in de winter flink gesneeuwt heeft.

De Amsterdamse handel rond 1550: Modern of Traditioneel?

Goede beschrijving van de Amsterdamse handel rond 1550