Volkenrecht; de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo


Publicatie datum:

De onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo

Gesponsorde koppelingen

Een antwoord op de vraag wanneer het Hof voorlopige maatregelen kan uitvaardigen. En over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo is een vraag gesteld aan het Hof of dit in overeenstemming is met het volkenrecht. Dat is hier ook nader uitgewerkt.

Gesponsorde koppelingen

Voorlopige maatregelen

De procedure van het hof die ingeleid wordt door twee staten kan jaren duren, omdat staten bijvoorbeeld de gedaagde staat eerst de bevoegdheid en de ontvankelijkheid van de eis betwist. Het kan dus jaren duren, die procedure. Daarvoor is artikel 41 van het statuut gemaakt. Het hof kan voorlopige maatregelen uitvaardigen. Het doel van die voorlopige maatregelen is “conserve the rights”. Dat de rechten van de partijen niet zullen lijden onder de procedure en de duur daarvan. Iedere partij wil gelijk krijgen voor het hof en daarom is er voorzien in het mechanisme van voorlopige maatregelen. Het hof is niet verplicht deze maatrgelen op te leggen. Het gaat om voorlopige, die blijven van kracht tot de uitspraak gedaan is.

De voorwaarden:

Die staan niet in artikel 41, maar uit jurisprudentie.

  • De staat die verzoekt om zo’n maatregel moet aantonen dat er onherroepelijke schade zal ontstaan, onherroepelijk nadeel aan zijn rechten.
  • Dat er een zekere urgentie moet zijn. Het moet dringend zijn om die maatregelen af te kondigen.
  • De maatregelen moeten noodzakelijk zijn.

Die drie dingen moeten aangetoond worden en het is aan het hof om hierop in te gaan of niet. De tekst zegt ook in artikel 41 ook, het ligt aan de omstandigheden van de zaak. De klassieke situatie is die waarbij de partij die de procedure is begonnen zo’n verzoek doet. Die kan gedaan worden zodra de procedure wordt ingeleid.

  • Op verzoekschrift kan dit worden gedaan en er kan op die dag gevraagd worden om een voorlopige maatregel.

Ook tijdens de procedure kan een partij vinden dat er een maatregel moet komen vanwege de situatie. Er zijn zaken waarop beide partijen op verschillende momenten voorlopige maatregelen hebben gevraagd. Het hof kan voorlopige maatregelen uitvaardigen op eigen initiatief. Partijen vragen niet, maar om de rechterlijke functie te kunnen uitoefenen tot de dag van de uitspreek kan het hof dus die maatregelen opleggen. Bijvoorbeeld kan het hof (kameroen-nigeria) opleggen om een staakt het vuren op te leggen. Normaal gesproken zouden die door de VR moeten worden genomen. Het hof heeft naast het rechterlijke functioneren ook een hoofdorgaan functie van de VN en moet bijdragen aan de vrede en veiligheid. Die voorlopige maatregelen waren eerst niet bindend. Het hof heeft die discussie opgelost en gezegd, voorlopige maatregelen zijn bindend. Even juridisch als de uitspraak die zal worden gedaan en even bindend als een beslissing van de VR op basis van hoofdstuk 7. Het hof zal in de zaak ook nagaan of de partijen die voorlopige maatregel hebben nageleefd, omdat ze bindend zijn. Is dit niet het geval dan weegt dit mee bij het eindoordeel.

  1. Doel
  2. Voorwaarden
  3. Eigen initiatief
  4. Bindend
  5. Voorbeelden

 Enkele voorbeelden:

Lockerbie - VS. Er is een resolutie van de VR geweest, waarvan we weten dat ze al of niet bindend kan zijn. De VR had een resolutie aanvaard die niet bindend was. De VS en UK hadden gedreigd om sancties af te kondigen. Libië vraagt aan het hof om sancties op te leggen in het kader van de Vr door het VS en UK. Het verbod door het Hof aan permanente leden om sancties op te leggen. Tijdens de debatten van het hof komt er een nieuwe resolutie van de VR, een bindende met sancties voor Libië. Voor het hof kan beslissen is er dus een bindende resolutie neergezet. Het hof: er is een bindende resolutie van de VR, dus kunnen ze geen voorlopige maatregelen afkondigen die Libië wilde. Controversieel: de VR komt ertussen met een bindende resolutie met het doel om het verzoek van voorlopige maatregel geen effect te laten hebben. De rechten die Libië wilde vrijwaren, waren al weggenomen door de VR.

Voorbeeld:

Bosnië genocide zaak. Bosnië tegen Servië. Bosnië beschuldigt Servië van genocide en verzoekt om Voorlopige Maatregelen (VM). Bosnië is lid georden van de VN na het uiteenvallen van het land. Omwille van de oorlog van voormalig Joegoslavië had de VR een wapenembargo afgekondigd om de oorlog te beeindigen. Bosnië wordt dus lid van de Vn en zeggen tegen het hof: wij zijn lid van de VN en hebben het recht onszelf te vrdedigen op grond van artikel 51, maar we kunnen geen wapens kopen. Dus wij worden slachtoffer van genocide als het embargo niet opgeheven wordt. Ze verzoeken dus het wapenembargo op te heven middels het hof. Hier zegt Hof:  de voorlopige maatregelen die voorzien zijn in artikel 41 zijn gericht en bedoeld tot de twee partijen voor het hof. De VMen kunnen alleen betrekking hebben op gedrag van de twee partijen en het hof heeft geen bevoegdheid om een VM uit te vaardigen die gericht is tot de VR. Ze kunnen niet zeggen aan de VR: hef het op om genocide te voorkomen. Hier wordt een verzoek tot VMen niet ontvankelijk verklaard, want is gericht tot een orgaan van de VN en niet tot de partijen.

Voorbeeld:

Senegal en België voor het Hof nu nog bezig. Betreft Meneer Habre is de oud-president van Tsjaad. En die verblijft in Senegal.  Waarom is de zaak aangespannen tegen Senegal? Omdat er een probleem rijst tussen de twee landen. België vraagt de uitlevering van Habre, om hem te berechten tegen misdadaen tegen de menselijkheid. Op basis van universele jurisdictie. Of je levert hem uit, of je moet hem zelf berechten. Dat is de kern van het geschil. Meneer Habre in Senegal verblijft en om zeker te zijn dat Habre Senegal niet kan verlaten voor de procedure af is, vraagt België de VM dat Habre huisarrest krijgt in Senegal. Als Habre de grens oversteekt, dan bevindt hij zich al op een ander territorium. Het is van belang om de rechten te vrijwaren voor de duur van de procedure. Het hof kan dus bindend opleggen aan Senegal, dat Senegal Habre het land niet laat verlaten. De president van Senegal zei: kijk, wij beloven plechtig dat we Habre onder huisarrest zullen plaatsen en ze zullen er alles aan doen om hem het land niet te laten verlaten. Er wordt voor het Hof een plechtige belofte gedaan door de vertegenwoordiger van Senegal en dat is voldoende, voor de partij die de procedure is begonnen en het Hof. Het Hof gaat ervan uit dat er een zelfde VM moet worden opgelegd. Een eenzijdige verklaring die juridisch bindend is, vooral omdat het voor het hof is afgelegd.

Drie voorbeelden waarbij het opleggen van VM gevraagd werd of opgelegd werd door het land zelf. 

De grote lijnen van de VR en Hof behandeld. Nu de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo. Het advies van het Hof dateert van 2010, uitgebracht op verzoek van de AV (Algemene Vergadering) van de VN. Die onafhankelijkheidsverklaring dateert 17februari 2008 en in oktober 2008 heeft de AV een verzoek gedaan aan het Hof om een advies.

 Wat werd er aan het hof gevraagd?

  1. Vraag:  Is de onafhankelijkheidsverklaring door de voorlopige instellingen van Kosovo in overeenstemming met het volkenrecht? Dat is de vraagstelling.
    1. Belangrijk daarbij is om goed voor ogen te houden wat er niet wordt gevraagd. Wat zijn de juridische gevolgen van die onafhankelijkheidsverklaring? Er wordt ook niet gevraagd de erkenningen die al gebeurd zijn, zijn die geldig of niet? Er wordt ook niet gevraagd, is Kosovo nou een staat of niet?
    2. Is de eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring in overeenstemming met het volkenrecht of niet, enige vraag.
    3. De manier waarop de vraag is geformuleerd brengt meteen mee dat het Hof een advies zal geven daardoor bepaald is. Het initiatief kwam van Servië om dit advies te vragen, die het niet eens was met die verklaring.
    4. Toen we het vorige week hadden over de advies bevoegdheid van eht hof, is er niet aangegeven, de vraag of het Hof verplicht is om een advies uit te brengen. We hebben het alleen gehad dat ze een vraag mogen stellen aan het hof. Dus zo’n verzoek komt binnen bij het hof, kunnen ze zeggen, we hebben het gekregen, de resolutie gelezen, maar we weigeren onze adviesbevoegdheid uit te oefenen.
  2. Verplicht: het hof mag niet weigeren om een advies uit te brengen. Dat is het uitgangspunt. 
    1. Wanneer het hof om advies is gevraagd, die verloopt op bepaalde terreinen anders dan geschilprocedures. Bij een adviesprocedure worden alle lidstaten van VN uitgenodigd om hun standpunt toe te lichten voor het Hof. Ook de auteurs van de Onafhankelijkheidsverklaring werden uitgenodigd. Dat is ook de reden dat tijdens die pleidooien, dat staten een aantal argumenten op een rij te zetten en dat ze in de AV gestemd hebben tegen het verzoek en waarom zij vinden dat het Hof moet weigeren een advies moet uitbrengen. Dan gaat het Hof opzoek naar dwingende redenen die er zouden kunnen zijn om geen advies uit te brengen.
    2. Het principe: we geven het advies, maar we zoeken of er dwingende redenen zijn om het in dit geval niet te doen. In het advies zijn die argumenten opgesomd.
    3. Het verzoek van advies was van Servië,de motieven van Servië zijn duidelijk. De motieven zijn volgens het Hof niet relevant. Het Hof zegt dat het van het orgaan van de organisatie komt, de Algemene Vergadering. Waarom ze dit doen speelt geen rol.
    4. Tweede argument dat aan de orde kwam: is om tegen het hof te zeggen. Jullie hebben wel bevoegdheid om een advies uit te brengen, maar wij raden u af om dit te doen, want uw advies heeft negatieve politieke gevolgen. Bijvoorbeeld: als het Hof zou zeggen dat die verklaring in strijd is met het volkenrecht, dan is de kans groot dat de burgeroorlog weer begint. Het Hof zegt dat ze daar geen rekening mee houden in de vraag of ze advies brengen of niet.
    5. Nog een argument. Men zegt tegen het Hof, het is de AV die het verzoek heeft gedaan. Maar het is eigenlijk de VR die zich met Kosovo bezig heeft gehouden. Het is dus het verkeerde orgaan dat het verzoek heeft gedaan. De AV heeft zich wel bezig gehouden met Kosovo, maar niet met de eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring.
    6. We weten uit het eerste college, dat de twee organen tegelijkertijd hun bevoegdheden kunnen uitoefenen. De AV en de VR kunnen allebei Kosovo bespreken en hierdoor vindt het Hof dit geen valide argument: van het verkeerde orgaan.
    7. De motieven niet relevant, politieke gevolgen niet voor het Hof, verzoek komt van de AV, dat is legitiem ook al was VR er meer mee bezig en ten slotte het argument:
    8. Om de Vraag te kunnen oplossen zal het Hof noodzakelijkerwijze tot de interpretatie van 1244 van de VR.  Want die resolutie gaat over Kosovo en die bepaalt mee of die onafhankelijkheidsverklaring in strijd is met het volkenrecht of niet. Het laatste argument doet denken aan de Lockerbie zaak: waar haalt het Hof bevoegdheid vandaan om een resolutie van de VR te gaan interpreteren. Is het niet veeleer aan de VR zelf om zijn eigen resoluties uit te leggen? Gelet op Lockerbie denkt men als het Hof een resolutie interpreteert, dan kan er een conflict ontstaan tussen de VR en het Hof. Ook dat argument wordt niet aanvaard door het Hof. Ze zeggen dat ze al eerder resoluties hebben geïnterpreteerd.
    9. Ze weigeren dus niet om een advies uit te brengen en hier zijn dus geen dwingende redenen om geen advies uit te brengen
{{extraAds}}

We weten nu wat de vraag en we weten dat het Hof beslist ermee door te gaan en de vraagstelling concreet te gaan onderzoeken. Is de eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring in overeenstemming met het volkenrecht. Niet alleen bij advies procedures, maar ook geschillen is de manier waarop het Hof met een advies of geschil aanvraag omgaat belangrijk, met name de volgorde waarmee het Hof de verschillende aspecten van de vraag behandelt. Het hof gaat hier eerst kijken:

  1. Of er een verbod is. Bestaat er een verbod op zo’n verklaring in het algemene volkenrecht? Is die verklaring in overeenstemming met het volkenrecht? Dan gaan ze dus eerst kijken in het volkenrecht om te kijken of er een verbod bestaat.
    1. De staatspraktijk speelt een belangrijke rol, dus het Hof gaat eerst naar de staatspraktijk.  Wat zegt deze staatspraktijk? Kunnen we daar een verbod in vinden?  Het Hof onderzoekt het en kunnen daarin geen verbod vinden. De staatspraktijk levert geen verbod op, op een eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring. Is daarmee alles gezegd? Nee. Want het uitgangspunt in het volkenrecht is als een staat eenmaal gevormd is, dat die staat over soevereiniteit beschikt en over een aantal rechten en waarborgen en een daarvan is dat het grondgebied onschendbaar wordt, de territoriale integriteit
    2. territoriale integriteit (TI): het grondgebied moet een en ondeelbaar behouden blijven en beschermd worden voor geweld van buitenaf door het verbod van geweld. Er is dan wel geen verbod in de staatspraktijk, maar is TI dan wel van belang.
    3. Het hof: TI geldt alleen tussen staten. Staat A moet de TI van staat B eerbiedigen. De vraag is natuurlijk, dat principe bestaat, maar misschien niet tussen staten, maar ook binnen een staat. Misschien kan een staat zeggen: er mag geen eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring zijn, want ze hebben recht op territoriale integriteit.
    4. De tegenstanders van de onafhankelijkheidsverklaring verschijnen voor het Hof en voeren argumenten aan. Zelfs als er geen verbod is in de staatspraktijk, dan zijn er resoluties van de VR, waarbij de VR een eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring onwettig heeft genoemd. Ze hebben voorbeelden van resoluties waarbij een eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring nietig is. Dat is potentieel een belangrijk argument.
      1. De voorbeelden zijn huidige Zimbabwe, toen Rodesië en de Turkse republiek van Noord Cyprus. Twee voorbeelden waarin de VR zegt dat de eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring ongeldig is, in strijd met het volkenrecht. Als de VR het zegt, waarom zou die van Kosovo ook niet in strijd zijn met het volkenrecht. Het Hof zegt dat die resoluties het wel hebben over het niet geldig verklaren van een onafhankelijkheidsverklaring, maar het ging om verklaringen die werden afgelegd na illegaal geweld. Bij Rodesië was het een voorbeeld van apartheid, minderheidsgroeperingen en geweld.  Het onwettig gebruik van geweld maakt de verklaringen in de voorbeelden ongeldig.  Het is niet omdat er enkele voorbeelden zijn van de VR, dan men uit de praktijk van de organisatie kan afleiden dat er zo’n verbod zou zijn.
      2. Dus geen staatspraktijk, geen TI, geen resoluties. Ze hebben dus geen verbod op een eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring kunnen vinden. Je moet altijd rekening houden met de evolutie van het volkenrecht als Hof zijnde bij een uitspraak. Het is niet voldoende om te zeggen er is geen Verbod. Volgende Stap: als er geen verbod is: bestaat er misschien en recht op zelfbeschikking voor volkeren?
  2. Zelfbeschikking. Als dat bestaat, dan kan Kosovo daar misschien een beroep op doen en dan kan gezegd worden dat die verklaring in overeenstemming met het volkenrecht.  Het antwoord op de vraag: JA, er bestaat een zelfbeschikkingsrecht voor volkeren. Dat recht is erkend in de loop van de egschiedenis van de VN, maar de toepassingssfeer van dat zelfbeschikkingsrecht is eigenlijk beperkt. Men spreekt over het zelfbeschikkingsrecht in het kader van dekolonisatie. Vooral in de jaren 60 van de vorige eeuw om onafhankelijk te worden. Men zegt ook terecht dat volkeren het recht op zelfbeschikking zijn wanneer ze slachtoffer zijn van vreemde bezettingen. Het Palestijnse volk heeft recht op zelfbeschikking omdat die gebieden al enkele jaren worden bezet door Israel. Het kan dus in een koloniale periode en buiten die context als het gaat om vreemde bezetters. De vraag die omstreden is, is of het mogelijk is om daar een beroep op te doen buiten die twee situaties. Kolonisatie en vreemde bezetting. Er zijn eenzijdige onafhankelijksverklaringen uitgesproken buiten die twee situaties, maar daaruit kun je geen regel afleiden dat er een verbod daarop kan zijn. Zelfbeschikkingrecht komt ter sprake in het advies.  Het is niet nodig om op dit recht van zelfbeschikking in te gaan om de vraag te beantwoorden volgens het Hof.
    1. We kunnen nu al zien dat het Hof zoals de vraag zoals die nu is gesteld dat het Hof zich heel strict zal houden aan die vraagstelling en heel respectief zal beoordelen. Of die onafhankelijkheidsverklaring is gebaseerd op een geldige reden van zelfbeschikking valt buiten de vraagstelling. Het is niet nodig om die vraag te beantwoorden. Er zijn drie rechters die in een individuele opinie veel beter wel had kunnen beantwoorden voor de toekomst van het volkenrecht, in het kader van deze algemene discussie.
  3. Recht op secessie? – bestaat er in het volkenrecht naast een verbod, een recht op secessie? Een recht op afscheiding van een staat
    1. Het Hof: we hoeven die vraag niet te beantwoorden om de vraag van de AV te beantwoorden. Het toetsen van de onafhankelijkheidsverklaring is alles wat ze moeten doen en niet of Kosovo recht heeft op een afscheiding van Servië. 
    2. Rechters kunnen niet alleen een individuele opinie uitspreken, maar ook een Dissentins als ze het niet eens zijn met het Hof. Uitspraken van het Hof worden dus niet altijd goedgekeurd door alle 15 rechters. Wie het niet eens is met de uitspraak van het hof schrijft een Dessentins opinion om uit te leggen waarom ze het er niet mee eens zijn.
    3. In het advies inzake Kosovo is er een belangrijke Dissentis opinion van de Brazilianse rechter Trindade. Wat zegt Trindade: de TI van staten is een algemeen beginsel, maar er bestaat ook een principe van Humanitaire/Menselijke integriteit (HI). Zijn redenering is de volgende: staten zijn soeverein, staten hebben rechten.  Maar het volkenrecht is niet alleen geschreven voor staten, maar vooral voor de individuele leden van de mensengemeenschap. Het volkenrecht is gehumaniseerd. De regels gaat vooral om de status van ieder individu te beschermen. De humanisering van de internationale rechtsorde brengt mee dat er voor staten een responsibility to protect, een plicht tot beschermen is. Dat is vooralsnog een politieke notie, die verplichting om uw eigen bevolking te beschermen tegen foltering, genocide, misdaden tegen de menselijkheid, oorlog. Die verplichting brengt mee dat alle rechten die je hebt als staat, eigenlijk maar voorlopig zijn, niet permanent zijn. Vroeger zei men dat als een entiteit staat is geworden dan zijn die rechten voor altijd. Nu zegt men die soevereiniteitsrechten worden toegekend op één voorwaarde, dat men de beschermingsplichten uitoefent. Als men deze niet naleeft en wreedheden begaat tegen uw eigen bevolking, dan verliest men als staat het recht op die TI. Hij komt dus tot de conlusie: bestaat er een recht op afscheiding? Er bestaat een recht op remidial seccesion. Een bevolking, in dit geval Kosovo, mag zich afscheiden van een bestaande staat, omdat dat de engie remedie is tegen de wreedheden die begaan zijn. De opinie van Trindade vertrekt dus van een ander standpunt van het Hof. De rechten die staten hebben kunnen dus worden opgeschort volgens Trindade. Als Servië zich schuldig maakt aan bescherming niet waarborgen, dan wordt het recht van TI tijdelijk of permanent ontnomen. Voor Trindade is er zeker een recht op afscheiding in uiterste nood, als er geen ander alternatief meer overblijft.
  4. 1244 Resolutie VR. Het hof heeft eerst onderzocht of het in strijd is met het volkenrecht, antwoord: nee, want er is geen verbod. Nu heeft de AV gevraagd: is er overeenstemming met International Law? Het Hof zegt: wat ook van toepassing is, is resolutie 1244 van de VR. Een resoltuie met een aantal bindende bepalkingen en verplichtingen. Wat heeft deze resolutie gedaan?
    1. Deze resolutie is aanvaard door de VR om humanitaire redenen. De bevolking van Kosovo werd getergd door de Serviërs. Eerst een bombardement van de Navo en daarna deze resolutie. KFOR is een multinationale strijdmacht met toestemming van de VR. Een strijdmacht die geweld mag gebruiken om de burgers te beschermen. De militairen van KFOR die aanwezig zijn in Kosovo hebben die taak en moeten die bevolking beschermen. Dat is een luik van deze resolutie.
    2. Het andere luik is UNMIK: United Nations Intrim Administration in Kosovo. De VN heeft de leiding van Kosovo overgenomen.   Dus de Servische rechtsorde die gold in Kosovo is vervangen door een internationaal bestuur om humanitaire redenen.  Nu is het duidelijk wanneer de Vn het bestuur overnemen van een grondgebied, dat het niet de bedoeling kan zijn om dat permanent te doen. Het gaat dus om een tijdelijke/voorlopige regeling.
    3. Ook in de resolutie 1244 staat dat er een politiek proces moet worden opgestart om uit te maken wat de status van Kosovo zou zijn in de toekomst. Na de bombardementen wordt de troepenmacht gestuurd. De VN neemt het bestuuradministratie over van Servië, maar daarmee is het probleem niet opgelost. Er zullen dus politieke onderhandelingen moeten worden gevoerd en die zullen een oplossing moeten vinden voor het statuut van Kosovo. De VN legt het toekomstige statuut niet zelf vast. De VN zegt tegen de partijen: ga maar onderhandelen en wanneer er een akkoord is over de toekomst leg dat voor aan de VR en zij gaan dat goedkeuren. Zij, VR, behouden dus het laatste woord. Nu die onderhandelingen hebben plaatsgevonden en het tot niets heeft geleid. De secretaris generaal heeft gezegd dat alleen onafhankelijkheid mogelijk lijkt, geen compromis mogelijk tussen Servië en Kosovo. Hierdoor de Onafhankelijkheidsverklaring. Het mag wel overeenkomen met het volkenrecht, maar komt het ook overeen met resolutie 1244
    4. Wie die verklaring heeft gelegd wordt door het Hof onderzocht. Ze kijken naar de advies aanvraag. De eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring, de voorlopige instellingen van Kosovo, die door de Vn zijn geïnstalleerd. De vraag aan het Hof is dus of die eenzijdige verklaring van die voorlopige instellingen in overeenstemming van het volkenrecht.
    5. Dit geeft aan hoe het Hof een uitweg zoekt in deze delicate politieke kwestie
    6. Het Hof: diegene die de verklaring hebben afgekondigd, dat zijn niet de voorlopige verklaringen van Kosovo. Het zijn wel dezelfde mensen als die in de instellingen zitten,maar ze hebben die verklaring afgelegd namens het volk, niet names de instellingen van Kosovo. Wanneer ze die verklaring hebben afgelegd, hebben ze die duidelijk willen plaatsen buiten het kader van resolutie 1244. Dus wie heeft de verklaring afgelegd? De voorzitter en mensen van die voorlopige instellingen, maar ze doen het als democratisch verkozen tegenwoordigers van Kosovo, niet als voorlopige instelling. Toen ze die verklaring hebben afgelegd, hebben ze zich doelbewust geplaatst buiten de territotiale structuur van de VN en dus ook resolutie 1244. Dat is een rechterlijk creatieve oplossing om het probleem op te lossen. Die resolutie 1244 zegt niks over een onafhankelijkheidsverklaring. Er wordt alleen gezegd dat er onderhandelingen zullen zijn, we zien het resultaat en dat wordt gekeurd. De resolutie zegt ook niet hoe Kosovo er in de toekomst moet uitzien. De vindingrijkheid van de rechters zegt: resolutie 1244, het juridisch kader van Kosovo op dit ogenblik blijft van kracht. Maar die onafhankelijkheidsverklaring en die resolutie situeren zich op twee verschillende niveau’s.
      1. 1244 is het niveau van de VN en die onafhankelijkheidsverklaring die valt daarbuiten.
      2. Dan ligt het antwoord voor de hand. Indien de VR niet heeft gezegd dat ze geen onafhankelijkheidsverklaring mogen afleggen, is het geen verbod en kan het dus niet strijdig zijn met resolutie 1244.
      3. De verklaring is dus niet strijdig met resolutie 1244, want het situeert zich op een ander niveau.
      4. Hier is het dus van belang wie de verklaring is afgelegd. Indien het was gedaan door de voorlopige instellingen, dan was het wel in strijd. Want dan zouden die instellingen in strijd zijn gekomen met de geest van resolutie 1244.
      5. Het Hof slaagt erin om de toets van de verklaring met de resolutie zo op te lossen.
  5. Is Kosovo nu een staat? Daarvoor moet je gaan kijken naar de itnernationale rechtsorde als voorwaarde stelt. Maar het Hof doet hierover geen uitspraak. De vraag is niet of Kosovo een staat is geworden. Alleen of de verklaring in overeenstemming is met het volkenrecht. Het hof heeft dus vermeden om over het al dan niet staat zijn van Kosovo een uitspraak te doen. Maar dan weet je nog niet of Kosovo een staat is of niet.
    1. Een ding is zeker. De staten die Kosovo hebben erkend, die erkennen Kosovo als onafhankelijke staat en laten daarover geen twijfel bestaan.  Is erkenning noodzakelijk om van een staat te kunnen spreken, Nee. Het is een politieke beslissing. Op dit moment zijn er 75 staten die Kosovo hebben erkend van de 192. 40% van de VN ongeveer. Zijn die erkenningen nog geldig? à dat was niet de vraag aan het Hof.  Het Hof heeft wel gezegd dat die onafhankelijkheidsverklaring niet in strijd is met het volkenrecht.  Zal Kosovo lid worden van de VN in de nabije toekomst? Nee, al alleen maar om de reden dat Rusland en China de toetreding met Veto zullen blokkeren.  Heeft het advies van het Hof het probleem opgelost? In feite niet. Er zijn enkele erkenningen bijgekomen na het advies van het Hof, maar het blijft wat het is. De AV heeft het advies aangenomen, heeft niet in een resolutie gezegd dat het zo is. Ze zeggen gewoon: we nemen kennis van het advies en we roepen de partijen op om te onderhandelen. Servië en Bosnië. Servië vindt de verklaring strijdig met het volkenrecht en deze had natuurlijk gehoopt dat het Hof zou zeggen dat het strijdig is met het volkenrecht.
  6. Precedent. Is dit advies een precedent voor de toekomst?  …want adviezen van het Hof zijn niet bindend. Ook dit advies is niet bindend.  Was het verstandig van het Hof om een uitspraak te doen? Daarover kan men van mening verschillen. Het ging om Servië en Kosovo en een adviesprocedure voor het Hof dient niet om een geschil voor het Hof te brengen, daar is de geschillenprocedure voor, maar dat is net het probleem. Servië beschouwt Kosovo niet als een staat en dus kunnen ze niet als geschil voor het Hof komen. Kosovo is ook geen lid van de VN. Juridisch niet bindend. Is het dan precedent? Daarover verschillende meningen ook.  Als het Hof zegt dat er geen verbod is op een onafhankelijkheidsverklaring, dan is het een signaal aan aparte groepen dat ze zichzelf onafhankelijk verklaren als vertegenwoordigers van het volk. Het risico bestaat dat afscheidingsbewegingen niet willen wachten met onafhankelijk verklaren. Dat is de reden, wanneer we kijken naar de stemverhouding bij het advies. 10 stemmen tegen 4. De tegenstemmers, die het niet eens waren met de meerderheid. Russische rechter, Afrikaanse rechter, etc..
    1. Het concrete gevolg voor afscheidingsbewegingen in de toekomst valt nog te bezien, zelfs voor Kosovo, want er zijn maar 75 erkenningen. Het zal dus wachten zijn op een belangrijke toename van erkennen.

Auteursinformatie


Geschreven artikelen: 31
Leden aangebracht: 1

Meer uit de categorie verslagen-scripties

Verstand van Vechten

Het artikel onderzoekt het belang van de ontwikkeling van de intelligentietest voor amerikaanse rekruten voor de Eerste Wereldoorlog op de psychologie als wetenschap

Boekverslag - Littekens

Schrijver: Patricia De Martelaere Titel: Littekens Uitgever: Meulenhof en Kritak Aantal pagina’s: 163

De intrinsiek sociale groep

Dit artikel is een samenvatting van het stuk over de intrinstiek sociale groep uit het boek cultuur en lichaam van Voestermans en Verheggen

Het buitenlands beleid van Groot-Brittannie en Frankrijk na de Vrede van Utrecht

In dit artikel wordt kort het buitenlands beleid van Frankrijk en Groot-Brittannie na de Vrede van Utrecht beschreven.

Stadhouder Maurits van Nassau (1567-1625)

Levensbeschrijving van Maurits van Nassau